A-Z       Hand-Out                                               Site Intentions                                                Site impressions                                                        Quotations     

  English

 

 

 

 

 

 

2008

2007

2006

2005 

2004  

2003

1982-2002

 

 

 

Literatuur   

English  

Links   

Home

 

                                                                                                                                 

 

 

O U D   &   N I E U W   T R O T S 

 

classicproud.jpg (58661 bytes)

 

 

 

Ikea, Google en TomTom

 

Trots bracht ik vroeger alleen in verband met iets wat ik zelf gedaan had. Of waar ik bij was, en een bijdrage leverde.

Zo zijn "we" een keer Nederland jeugdkampioen Hockey geweest. Je kreeg dan een speldje. Het zogenaamde Bosplan speldje. Genoemd naar het Amsterdamsche Bos waar het kampioenschapstournooi plaats vond. Met een finale in het Wagener stadion.

Joop Wagener was een oud-voorzitter van hockeyclub Amsterdam. En misschien zou hij ook wel trots geweest zijn. Als hij het nog zou hebben meegemaakt, toen het stadion naar hem vernoemd werd. In 1948. Drie jaar na zijn overlijden.

Trots op GVAV, Ruud Gullit en Sonja Bakker ben ik nooit geweest. Maar ik was er wel een fan van. Trots is dan eigenlijk weer te zwak uitgedrukt. Ik was voor. Wilde erbij horen. Mee gezien worden. En mensen die niet voor GVAV, Gullit of Bakker waren, waren niet direct tegenstanders. Niet voor, is niet automatisch tegen.

Trots komt nu opzetten in een heel bijzondere betekenis. Je werkt bij een bedrijf waar je trots op kunt zijn. Je bent dan niet trots op jezelf, of op je eigen prestaties, maar op de eenheid waar je deel vanuit maakt. Voor mij is dat een nieuwe Amerikaanse, niet Calvinistische import. De betekenis van trots, lijkt genetisch gemanipuleerd.

En vanwaar, die oproep tot trots? Zijn mensen dan niet al vanzelf trots? En als dat zou is, zouden ze er daar dan misschien een goede reden voor kunnen hebben?

Oud trots was natuurlijk ook best wel fout trots. Bij de tiendaagse veldtocht zongen wij: "Wien Neerlandsch bloed...". Maar zelfs dat Wilderslied gaat uiteindelijk over in: "Bewaar, o God, den Koning lang. En 't lieve Vaderland". Geen trots dus. Maar overgave aan hogere machten. En aan Oranje. Zoals ook bij de huldiging na de kroning van Wilhelmina. Op 9 september 1933 in het Olympisch stadion in Amsterdam. Toen "Heil" blijkbaar nog een heel gewoon woord was, en onze voorouders zongen: "Juichend strekken wij de handen. Heil U! ruischt door Hollands tuin. Heil U! jub'len strand en duin, Koningin, Koningin der Nederlanden!"

Trots blijkt soms dicht tegen angst aan te zitten. Zoals in "Wij willen Holland houen". Met een tekst van mr. H. W. van der Mey. Op een melodie van Arnold Spoel (opus 39): "En wie ons denkt te dreigen, En denkt te nemen ooit, Hij zal ons land niet krijgen, Wij geven Holland nooit!" Het werd in 1940 nog gezongen door Nederlandse militairen. Sneu eigenlijk.

In het lied komt ook het woord "Fier" voor. Dat staat denk ik voor standvastig, rechtop en niet laf. Niet opgeven. Doorzettingsvermogen. Maar ook voor iets als trots. Maar meteen is daar die bescheidenheid: alleen kunnen we het niet: "Wij willen Holland houen, Ons Holland, fier, maar klein, Wij blijven 't hou en trouwe, wat ook ons lot mag zijn.....En vast aan onze zijde, Zal Holland's Leeuw daar staan, Die zal het nimmer lijden, Dat Holland zal vergaan."

Henk van Osch heeft het ook over trots als hij "Gezicht op Haarlem" van Ruysdael bespreekt. "Haarlemmers zijn trots op hun stad. Hún stad". Dan gaat trots richting eigendom. Waar je trots op bent: dat is van jou. En van niemand anders? Trots op Nederland?

Gelukkig   is er ook nog "Bijbels Trots". Hoogmoedig. Hovaardig. Begrippen die associeer ik met ijdel en riskant. Niet ver verwijderd van verwaandheid, arrogantie en overmoed. Gevaarlijk.

Schaamte zag ik nooit als gevaarlijk. Maar dat was het natuurlijk wel. Het bleek te kunnen leiden tot vluchtgedrag, overcompensaties op het gebied van uiterlijk, belezenheid, spitsvondigheid en smoezen. Theater in de slechtste zin van het woord. "Bedrog" benadert dit soort van risico beter. Zelfbedrog, en misleiding van anderen.

Het omgekeerde van trots zijn op is: schamen voor. Dat ken ik heel goed. Zo hebben commerciele mensen vaak een beperkt schaamtegevoel. Waar ze vaak trots op zijn. Harde verkopers. Flink. Succesvol. Resultaatgericht. Maar ook: Verlies aan integriteit. Een zaak doen, in plaats van zaken doen. Korte termijn gericht. Contactgestoord. Autistisch.

Schamen voor mezelf, druk ik vaak uit met genant. Als ik weer onnodig bot ben geweest, of iemand niet meer herkende. Of erger. Ik ben daar dan niet trots op. Maar bij voorkeur schaam ik me graag voor anderen. Dan heb ik het niet gedaan.

Ik heb mij veel geschaamd voor een club waar ik deel vanuit maakte. Of  bij hoorde. Geschaamd heb ik mij ook voor bedrijven waar ik voor, of collega's waar ik mee werkte. Maar ik schaamde mij bijvoorbeeld ook voor de keuken bij ons vroeger thuis. En de badkamer. Die vond ik niet om trots op te zijn. Ook was ik niet trots op mijn eerste voetbalschoenen. Echt foute kistjes in een tijd dat Adidas en Puma net opkwamen. En we van Nike nog nooit gehoord hadden. Maar als ik wel de goede spullen aan had, of bij de goede club behoorde, noemden we dat nooit trots. En voelde ik me ook niet trots. Vereerd, zou dichter in de buurt komen. En geluk in de zin van mazzel dat je bij zo'n club was terecht gekomen. Zoals dat magische Bosplanelftal met Gerard Hijlkema en Solko Bolman en Lodewijk de Vink.  Stond er bij. Keek er naar. Speelde mee. En deelde nog in de eer ook. Ik zag er geen eigen verdienste in. En ontleende er wel vreugde, maar geen trots aan.

Wel trots was ik op de eerste fotocamera die ik kreeg. Voor mijn opstel over een circusbezoek. Ik was toen 11 jaar, en kreeg de eerste prijs van alle hoogste klassers van alle katholieke scholen in Groningen. En dat waren er toch nog vijf. Per klas waarschijnlijk 20 leerlingen. De beste van 100 was ik op dat moment. Besef ik nu. Destijds voelde het als een soort wereldkampioenschap. Ook al omdat het in de krant stond. Een katholieke minderheidskrant weliswaar, maar toch.

Ik ontmoet wel eens mensen die zich schamen voor het bedrijf waar ze werken. Of  voor het management daarvan. Een probleem wat nog erger wordt als ze dan ook nog horen krijgen dat ze daar trots op zouden moeten zijn. Dat moet haast wel leiden tot oneigenlijk gedrag. Waar de trotse leider zich voor zou kunnen schamen. Als hij dat zou willen. Bij strategen heb je altijd keus.

Maar daar lijkt nog geen markt voor. Men is nog te angstig om oneigenlijke trotsgebruik te stoppen. Trots wordt dan een woord in de richting van koppig: niet meer naar anderen willen luisteren. Fase 1 in een rouwproces: Ontkenning. Een trend die versterkt wordt door Siciliaanse importen van het woord "Respect". Waarbij je gratis meegeleverd krijgt, dat de andere partij graag wil dat je je feed back houdt. En in feite helemaal niet gratis. Maar ten koste van trots en respect in de calvinistische zin van die woorden. "Daar kunnen jullie trots op zijn" wordt dan: "Luister niet meer naar anderen". We kijken niet langer om ons heen. We verheffen onze hypothesen tot waarheden. En zoeken daar de feiten bij. Binnen en buiten de onderneming. En op die blind- en doofheid zijn we nog trots op ook. Fier in de zin van niet opgeven, vasthouden. Tegen anders denken in. Tegen beter weten in. Genant en flink tegelijk. Maar toch ook wel sneu. Beetje Bush. Beetje ondergang van Napoleon. Beetje einde VOC.

Ondernemers behoren trots te zijn op hun medewerkers, hun partner en hun zaak. In die volgorde. Mensen die trots zijn op hun baas en zijn bedrijf gaan richting werknemerschap.Terug naar de negentiende eeuw.

Blijken medewerkers bereid voor bonussen en eindejaarstoeslagen hun mening in te leveren? En andermans doelen na te streven? Zijn wij chantabel? Voor geld?

Schaamtegevoelens hebben nadelen. Maar schaamteloosheidsgevoelens hebben ook bedenkelijke kanten: Niet meer luisteren. Niet meer kijken. Geen verbazing. De leegte opvullen met SUV's en clichees. Nog wel woorden. Maar niets meer te zeggen...........

Google, TomTom en Ikea laten zien dat het ook anders kan.

 

 

Amsterdam, 9 maart 2008

Paul Valens

 

 

 

 

 

 

 

 

Mail   

Contact

Paul Valens

    Hand-Outs    

  Test

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A-Z