ROUWPROCESSEN

(Het Financiëele Dagblad, 1987)

 

kinderrouw.jpg (104891 bytes)

 

Het ontwikkelen van een nieuwe strategie is niet alleen maar leuk.

Bij een werkelijke aanpak van strategische vragen komen ook spijt, schuld en beschuldiging naar boven.

Als er een wezenlijke koerswijziging plaatsvindt, moet er afscheid genomen worden van zaken waaraan men gehecht was.

Die men belangrijk vond.

Waar men goed in was.

En dit alles, om ruimte te maken voor een nieuwe strategie.

Waarvan nog maar bewezen moet worden dat hij werkt.

Voor veel managers is dit een ingrijpend en aangrijpend proces.

Waarin hopelijk veel gewonnen, maar in ieder geval ook verloren wordt.

 

Stratégie, C'est mourir un peu.....

(Vrij naar: "Partir, C'est mourir un peu": Afscheid nemen is een klein beetje dood gaan)

Elisabeth Kuebler-Ross schreef in 1969 over haar ervaringen met patiënten met een concrete stervensverwachting.

Het boek heet in Nederland: "Lessen voor levenden."

Het is een standaardwerk geworden en beleefde in hier inmiddels een twintigste druk.

Zij beschrijft daarin hoe patiënten zeer verschillend omgaan met hun naderende levenseinde.

Maar dat toch alle patiënten een min of meer vast patroon volgen.

Wat betreft hun houding ten opzichte van hun lot.

 

Vijf Fasen

Kuebler-Ross laat vijf fasen zien, die een persoon, op weg naar het einde, wellicht onontkoombaar moet volgen.

Ze onderscheidt:

Fase 1: Ontkenning

Fase 2: Emoties

Fase 3: Kinderachtig gedrag

Fase 4: Stilte

Fase 5: Aanvaarding

 

Op elk van deze fasen gaan wij hierna kort in.

Vanuit de visie: "Stratégie, c'est partir un peu, aussi."

(Strategie is voor een deel ook: Afscheid nemen van)

Gelukkig is strategie meestal echt maar een beetje afscheid nemen. Zelfs een forse heroriëntatie, laat tachtig procent van de onderneming ongemoeid. Bovendien blijkt er hoop te zijn op punten waar men het totaal niet verwacht: strategieontwikkeling is ook een beetje geboren worden.

 

Het eerste stadium: Ontkenning

De ontkenning van duidelijk zicht- en voelbare strategische problemen is in vrijwel elke onderneming een normaal verschijnsel:

"Het kan niet waar zijn!

Want als dat waar zou zijn,

dan zou dat betekenen dat we het hier al jaren verkeerd doen!"

 

In deze fase zijn feiten nog niet veel waard.

Zelfs op basis van de meest dramatische cijfers wordt nog gedacht, dat het allemaal nog meevalt.

In deze fase speelt ook vaak een dodelijk constructivisme, vooral bij ervaren, operationele medewerkers.

Het lijkt er op of men de onderlinge eenheid extra wenst te onderstrepen.

Vooral nu het de onderneming zo moeilijk gaat.

Iedereen die zich kritisch uitlaat over de huidige gang van zaken,

wordt afgeschilderd als een theoreticus.

Iemand zonder ervaring.

Een betweter.

Een carrièremaker.

Een doemdenker.

 

Wellicht, zegt Kübler Ross, dient deze ontkenningsfase als een buffer.

Die de patiënt de gelegenheid geeft om tot zichzelf te komen.

En om intussen andere - minder radicale - afweermiddelen te mobiliseren.

Tegen het dreigende, onontkoombare verlies.

 

Het zou ook wel eens zo kunnen zijn dat ontkenning een vacuüm opvult.

In afwachting van een realistisch nieuw perspectief.

Je moet eerst een bruikbare optie voor verbetering hebben.

Voordat je de huidige gang van zaken als 'uitzichtloos' kunt aanvaarden.

Nieuwe hoop op iets creëert ruimte voor hopeloosheid over iets anders.

Overigens is men in de eerste fase van een strategieproces meestal sceptisch over nieuwe opties.

Ook over die opties die achteraf buitengewoon waardevol blijken te zijn.

Blijkbaar ontkent men aanvankelijk niet alleen de sombere toekomstbeelden, maar ook de perspectiefrijke.

 

Het tweede stadium: Emoties

Wanneer het eerste stadium van de ontkenning niet meer volgehouden kan worden, wordt dit bij de patiënten van Kuebler-Ross vervangen door gevoelens van ergernis, afgunst en wrok.

Logisch dat er vragen komen als:

 "Waarom ik?,

Waarom wij?"

 

Deze fase is voor een externe adviseur minder herkenbaar dan die van de ontkenning.

Mogelijk wordt er thuis veel agressie "geaard".

Of moeten ondergeschikten het ontgelden.

Waar anderen dan niet bij zijn.

 

Aangezien het hier om een "normale" woede gaat,

die nu eenmaal zijn uitweg moet vinden,

is het een wijze houding van medebetrokkenen,

om elkaar emoties te gunnen.

Zonder er directe consequenties aan te verbinden.

 

In deze fase moet je beledigingen gewoon accepteren.

En rustig blijven.

 

Enig zelfvertrouwen helpt daar wel bij wel.

 vanslag.jpg (70459 bytes)

Managers

Kuebler-Ross maakt een waardevolle aantekening over managers in deze fase van Emoties.

 "Problemen doen zich meestal ook voor bij mensen die altijd leiding hebben gegeven.

En die boos en angstig reageren,

wanneer zij gedwongen worden de leiding uit handen te geven."

Een organisatie die nadenkt over haar strategie komt inderdaad, -noodgedwongen- gedeeltelijk- los van de huidige leiding.

Het is namelijk de vraag of er na een eventuele wending nog ruimte is voor het zittende management.

Juist competente, krachtige lijnmanagers komen nogal eens in verzet in de beginfasen van een strategietraject.

Uitgerekend zij proberen nog wel eens het denkproces -op meer of minder oorbare wijze- in een bedenkelijk, of belachelijk daglicht te stellen.

 "Ik heb nu een tijdje constructief meegedaan

(namelijk als ontkenner van de problematiek),

maar als deze flauwekul zo doorgaat, dan ga ik weer gewoon aan het werk!"

Met sterke leiders dient men daarom extra clementie te hebben bij eventuele sabotageacties bij de start van een strategieproject.

Krachtige personen zullen zich onredelijk gedragen,

zonder dat je ze dat mag aanwrijven.

Care lijkt de enige route.

 

Het derde stadium: Kinderachtig gedrag

Aan het kinderachtig gedrag besteedt Kuebler-Ross maar drie pagina's.

Het is eigenlijk de slotfase van drie stadia van niet-aanvaarden.

En kan zich manifesteren bestaat door het vragen van kleine, onredelijke gunsten.

In ruil voor het aanbieden van kleine verbeteringen.

In de hoop dat wezenlijke veranderingen dan niet nodig zijn.

Als voorbeeld uit de medische praktijk

mag een ernstige zieke vrouw van 53 jaar dienen,

die vraagt of ze haar zuster in Lochem nog één keer mag bezoeken.

Hoewel haar gezondheidstoestand de reis eigenlijk niet toelaat,

stemt de arts in met haar verzoek.

Onder de conditie dat ze voor zes uur weer terug zal zijn.

De patiënt bezoekt haar zus en komt vervolgens om zeven uur terug......

 

Oud-collega André Hirschfeld overkwam het volgende bij een uitgever.

Na veel tegenwerking, ontkenning en emoties gaf de directeur van de werkmaatschappij uiteindelijk toe dat de (vernietigende) cijfers van het onderzoeksteam klopten.

Maar dan moesten ze wel in de bijlagen, en niet in het hoofdrapport worden opgenomen.

En zo geschiedde.

Wijze man die André!

Het toestaan van kleine, bijna kinderachtige gunsten

vervult in deze fase een zeer constructieve functie.

 hirschfeld.jpg (11166 bytes)

Het vierde stadium: Stilte

Na drie afweerfasen komt in de theorie van Kuebler-Ross nu een eerste positieve fase.

Waarin een besef van verlies optreedt in twee richtingen:

het verleden en de toekomst.

 

Het eerste verlies, gericht op het verleden, heeft betrekking op gemiste,

verloren kansen ("als ik toen die acquisitie maar niet had gedaan").

Dit kan leiden tot gevoelens van (vaak misplaatste) schaamte.

 

Het tweede verlies slaat op toekomstbeelden die altijd bestonden,

en die nu niet blijken uit te komen.

Eerst bleek de huidige gang van zaken anders te zijn dan we steeds voor elkaar ophielden.

Nu blijkt ook ons toekomstbeeld niet haalbaar.

En dat alles komt nog door onszelf ook!

 

Gericht op de historische gemiste kansen is het in deze fase goed om analyses van besluiten uit het verleden te maken.

Men ziet dan dat sommige goede beslissingen ongelukkige gevolgen hadden, en slechte beslissingen soms gunstig uitpakten.

Het helpt enorm om de betrekkelijkheid van goede of slechte besluiten onder ogen te zien.

In de eerste fase van een strategieproject is een dergelijk historisch onderzoek nog niet goed constructief mogelijk.

De objectiviteit ervan wordt dan verstikt door ontkenning en verwijten.

 

Het vijfde stadium: Aanvaarding

Aangezien we het in dit betoog niet in de eerste plaats hebben over fatale strategieprojecten, wijkt deze fase aanzienlijk af van die bij ernstig zieke patiënten.

En gaat aanvaarding altijd samen met een nieuwe hoop.

Er blijken realistische opties te zijn, die leiden tot niet onaantrekkelijke of zelfs wenkende perspectieven.

Hoop in een strategieproject is meestal geen illusie,

die bestreden dient te worden.

Eerder gaat het om reële hoop die van valse hoop ontdaan moet worden.

Daarom speelt hoop bij strategieontwikkeling een heel andere rol.

Naarmate meer valse hoop gescheiden is van reële hoop, blijkt men minder sceptisch te zijn over door anderen bedachte opties.

Bij collega's heeft bovendien een zelfde proces plaatsgevonden.

Ook bij hen zijn sommige opties illusies gebleken, en andere juist realistisch. Dit schept een onderlinge band.

Ontkenning, emoties uiten, marchanderen en zwijgen zijn blijkbaar uitstekende hulpmiddelen om valse hoop en onterechte scepsis los te weken van de werkelijk perspectiefrijke opties.

 

 mcKinsey.gif (34713 bytes)

Tips voor Consultants

Mensen gedragen zich onredelijk in het zicht van grote verliezen.

Ze reageren onredelijk en onhoffelijk op prima analyses.

En uiteindelijk komen ze soms tot nieuwe strategische lijnen zonder de adviseur daar met zoveel woorden bij te betrekken.

Eerst luisteren ze niet naar je, en ineens gaan ze hun eigen gang en hebben ze je niet meer nodig.

Een advies aan consultants is, om dit te accepteren.

Aanvaard dat je wordt uitgelachen.

Met je modellen.

Aanvaard een stilte.

Als een zeer persoonlijke boodschap.

En aanvaard dat men je in deze cruciale fase, niet meer nodig heeft.

De keerzijde van deze aanvaardingstheorie leidt tot een uitbreiding van je gezonde wantrouwen.

Wantrouw jonge staffunctionarissen met blauwe jasjes die zich in de startfase van een project als de grote supporters van je analyses opstellen.

Wantrouw managers die zeer snel, en met een vlotte tekst het eens zijn met je bevindingen en die al even vlot aangeven hoe het anders moet.

Echte wijzigingen van inzichten vinden slechts langzaam plaats.

Werkelijk reële opties vind je niet ineens.

En zeker niet op bestelling.

Een jaar lijkt het minimum om collectief tot dergelijke wijzigingen te komen.

En dan ook nog in een dwingende volgorde der dingen.

Die dicht zal liggen bij de stadia van Kuebler-Ross.

 

Appeltak.jpg (7569 bytes)