STRATEGISCH DENKEN BIJ PLATO

Zapsleutels
Mijn fotowinkel is in de Burgemeester de Vlugtlaan. Midden in een Oosterse wijk in West.
Ik kwam om een reserveonderdeel voor mijn filmstatief af te halen en zapte mijn auto op slot.
Het slot weigerde.
Ik opende de portieren opnieuw, en zapte ze weer dicht, maar het lukte niet.
De auto bleef open.
Met al mijn spullen.
Maar ik moest de winkel in.
Lang zou het niet duren, want het was maar een klein onderdeel.
Maar ze doen er ook pasfoto's en misschien zouden ze me toch niet meteen helpen.
Niettemin nam ik de gok.
Twee tellen later stond ik weer buiten, met mijn wisselstuk, en kon ik veilig wegrijden.
Op weg naar Utrecht.
Precies langs de Citroën garage in Wit Zuid-Oost.
Voor de veilige deuren van mijn dealer sloten mijn portieren perfect.
Niettemin ging ik naar binnen, en vroeg ik aan mijn balieman of zo'n sleutelbatterij ooit wel eens leeg kon lopen.
"Maar natuurlijk", was zijn antwoord.
"Maar dat is geen enkel probleem: je kunt altijd de sleutel ook nog gewoon als sleutel gebruiken!"
Nooit zou ik er ooit aan gedacht hebben: mijn zapsleutel als sleutel gebruiken!
Mijn wereldbeeld lag tijdelijk totaal overhoop.
En ik wist, dat ik dit nooit zelf nog ooit bedacht zou hebben.
Zonder hulp van mijn balieman zou ik in Barcelona of Milaan reddeloos verloren zijn geweest.
I.F.
Stone
Als HBS 'er blijf ik bezig mijn achterstand op gymnasiasten in te halen.
Toen dan ook boekhandel Jongerius in Bilthoven de verzamelde werken van Plato te koop had voor een ramsjprijs, sloeg ik meteen toe.
Bovendien was op de rug per deel een letter aangebracht, zodat je als je boeken in de goede volgorde zette, je de naam P L A T O kreeg.
Ook al heel bijzonder.
Het was 1980.
En ik begon te lezen.
En een tijdje later had ik de vijf deeltjes uit.
Wat een man die Plato.
Of eigenlijk die Socrates, waar Plato voornamelijk over schrijft.
Ik had er een idool bij.
Voor het leven, dacht ik.
Toen dan ook in 1988 "Het proces Socrates" van I.F. Stone uitkwam, was ik direct verkocht.
Niet wetende, dat ik voor een zapsleutel-achtige wereldbeeldaantasting stond.
Plato bleek een fascist en de gesprekspartners van Socrates: domme Watsons.
Ik zou er zelf nooit opgekomen zijn,
maar na de vingerwijzingen van Stone,
heel gemakkelijk in te zien.
Pol
Pot
De passage die het gemakkelijkst de bedenkelijke kanten van Platos en Socrates' denkbeelden bloot legt,
kan je vinden in het laatste stuk van Boek VII in "De Staat".
Die tekst zullen we even uit zijn context halen en kort analyseren.
De domme Watson rol wordt vervuld door Glauco.
Zijn bijdrage bestaat uit de volgende zinnen:
1 Hoe doen ze dat? Vroeg hij.
2 In de hoogste mate. Zo dit alles ooit verwezenlijkt wordt, zal het zijn op de wijze die gij zo meesterlijk hebt uiteengezet
3 Zeker niet. En om op uw vraag te antwoorden: ook ik heb de indruk dat de zaak haar beslag heeft gekregen.
Er is dus ook nauwelijks sprake van een Socratisch gesprek: het blijkt een Socratische monoloog te zijn in aanwezigheid van een ja-knikker.
Zoals in de RTL-shop met die slank makende onderbroeken.
De monoloog gaat over het invoeren van een nieuw staatssysteem, waarin de filosofen de leiding van de staat krijgen.
De aanpak van Socrates is schokkend eenvoudig:
"Alle burgers, die de leeftijd van tien jaar hebben overschreden,
zullen ze naar het platteland sturen;
maar de kinderen van deze burgers zullen ze opnemen,
buiten de zedelijke gewoonten van thans,
die ook door hun ouders worden gehuldigd.
En deze kinderen zullen ze opvoeden overeenkomstig hun eigen gebruiken en wetten,
zoals we die uit onze vorige uiteenzetting kennen."
Dit lijkt verassend veel op Pol Pot, Stalin en Ceaucescu:
iedereen naar Siberië, en alleen kleine kinderen en de filosofen (mannen) blijven achter.
En dan komen er nieuwe gebruiken en wetten.
"En wanneer zij (die mannen-filosofen) er op die manier in geslaagd zijn de staat en de staatsregeling die wij bedoelden,
het snelst en het gemakkelijkst tot stand te brengen,
zijt gij het er dan mee eens,
dat die staat zelf gelukkig zal zijn, en dat het volk,
waarin dit bestel kon doordringen,
er ten zeerste bij gebaat zal zijn?"
Nu verwachten we zelfs van een domme Watson een antwoord in de geest van:
"Ben je nu helemaal gek geworden!".
Maar Glauco vindt het wel een goed idee eigenlijk:
"In de hoogste mate" zegt de meeloper.
En de journalist Plato maakt ook nergens gewag van andere omstanders,
die van een meer kritische geest getuigen.
We zijn in Griekenland,
ongeveer 400 jaar voor Christus.
(Of politiek correcter:
twee en een half duizend jaar geleden)
Stone
als sleutel
Sinds Stone heb ik Plato nooit meer herlezen.
Socrates had voor mij afgedaan als filosoof en Plato als journalist.
Tot ik in juni 59 werd en als cadeau "De vloek van Wittgenstein, het onbesliste gevecht met Karl en Popper" kreeg,
afkomstig uit de ramsj bij Scheltema
Wittgenstein was ook zo'n gevallen idool van mij.
Door W.F. Hermans op zijn spoor gezet ontmoette ik eerst Wittgenstein I die beweerde dat alles precies, en zonder misverstanden te zeggen was.
En later Wittgenstein II dat de wereld aan elkaar hing van taalspelen.
Popper kende ik alleen van zijn falsificatietheorieën.
Maar nu leerde ik hem ook kennen als hoogleraar aan de London School of Economics,
en als de grote criticus van Plato.
Schrijver van : "The open society and its enemies".
Een boek vol Plato-citaten die mij onbekend voorkwamen.
Een
tweede kans
En zo kwam ik op het idee na 25 jaar Plato nog een keer door te nemen met mijn huidige manier van kijken.
Benieuwd ook of ik door het vooroordeel zou kunnen breken van: "Hij deugt niet".
Maar herlezing bracht heel andere dingen naar boven.
Het is een prachtige methode om te zien hoe zeer de westerse wereld gevangen zit in Plato-achtig denken door vele generaties Christenen en Gymnasiasten,
vrijwel allen kritiekloze adepten van Plato en Socrates.
Om te voorkomen dat ik me te veel zou laten opsluiten in de vertaling die ik gedwongen ben te lezen,
heb ik in Frankrijk twee recente vertalingen van "La République" (!) en "Gorgias" aangeschaft.
Boeken die daar overigens gewoon in een FNAC winkel in Lyon te krijgen zijn te midden van DVD 's en Henri Potters,
en voor zeer lage prijzen.
Meteen vielen mij daarbij de kritiekloze, idolate inleidingen op over hoe geweldig ons duo wel niet was.
Popper wordt wel genoemd als bron,
maar niets is te merken van enige reserve ten opzichte van schrijver noch hoofdrolspeler.
Wat bij een uitgave van Mein Kampf zeker wel het geval geweest zou zijn.
De katholieke kerk heeft ook daarbuiten nog steeds een sterke invloed in Frankrijk.
Ayaan Hirsi Ali zou haar openingsrede van het academisch jaar ook nog eens in Parijs kunnen houden.

De
kleine Hippias
De eerste tekst die mijn verzameld werk van Xaveer de Win wordt behandeld heet:
"De kleine Hippias, of over het bedrog".
De personages die optreden zijn Eudicus, Socrates en Hippias.
Hippias is een bekwaam ja-zegger met bijdragen als:
"Hoe zou het ook anders, Socrates?"
"Heilig overtuigd! Het zou ook wel vreselijk zijn als ik dat niet was!"
"Zeker!'
""Hemel, ja!
"Precies"
"Inderdaad"
"Zeker niet"
"Zeker"
En "Ja".
De kleine Hippias is dus weer één grote monoloog, vermomd als gesprek.
De RTL shop is niks nieuws.
Eudicus komt naar voren als een soort neutrale procesbegeleider,
die overigens alleen in het begin even optreedt.
Hij zou een prachtige corrigerende rol in de loop van de monoloog gespeeld kunnen hebben,
maar Plato heeft daar blijkbaar geen behoefte aan.
Wat dat betreft zijn Albert Verlinden en Henk van Dorp wel een verrijking door hun relatief onafhankelijke rol bij (schijn)dialogen.

Hippias wordt door Socrates neergezet als een alleswetende geleerde;
Socrates stelt zichzelf voor als een nederige onwetende.
Een heel dubieuze voorstelling van zaken die in strategie veel voorkomt,
en bekend staat als de "Ikke-dom-strategie.
Bij de Ikke-dom-strategie wordt de tegenspeler verleid om de rol van "Ikke-slim" op zich te nemen.
En dat lukt heel vaak.
Vooral mensen van het type "Helper" zijn chronisch op zoek naar een zwakke entourage: naar stumpers.
En zijn maar wat blij als ze een ontwetend of hulpeloos type tegenkomen waar ze hun betweterigheid en hulpvaardigheid (en daarmee hun dominantie) kunnen inzetten.
Ook de arme Hippias tuint er in:
hij is maar wat blij een alleswetende geleerde genoemd te worden,
en laat zich nu gewillig in de boot nemen.
Ook de onnozelheid van Socrates verzuimt hij aan de kaak te stellen.
Met fatale gevolgen.
Socrates bedriegt Hippias, en Hippias zichzelf, waarbij het discussiethema "Bedrog" is!
En aangezien Eudicus destijds verzuimt heeft dit aan het licht te brengen,
doe ik het graag bij deze alsnog.
(Een lichte, aanvaardbare variant van Ikke-slim wellicht?)
De voorstelling van zaken pakt Socrates als volgt aan.
Eerst begint hij over Homerus, Achilles en Odysseus.
Homerus gaan we overigens bij andere delen van Plato nog veel tegenkomen:
een blinde dichter is een fantast die de geest beneveld.
Bij Plato is geen ruimte voor emoties en rechter hersenhelften.
Facts en de waarheid, daarin alleen is hij meedogenloos geïnteresseerd.
Dichters, schilders, acteurs: het zijn allemaal bedriegers.
Zijn eigen spel valt daar overigens altijd buiten.

Amsterdam, 10 september 2005
Paul Valens
Zie verder:
Over slaafse volgelingen
Over wijsheid
Enge strenge mannen
McKinsey en John de Mol
Over Turkse vrouwen
Supporters in verlegenheid
Nadelen van ideaal en zuiver denken
Kinderachtig en gekunsteld manipuleren met woorden
Plato als bedenkelijk journalist
Digitaal versus Joods denken
Zijn kenissen zijn belangrijker dan kennis?
OM en sfeermanagement
Is de Zaanse methode in Athene uitgevonden?
Extremisme in Frankrijk
Augustinus en Donner
Herenliefde blijkt anti-vrouwelijk