valens.nl |
RONALD PLASTERK EN DE IDEALISTEN
Katholieke
afscheidingsbewegingen In 1923 vallen de Fransen en Belgen het Zuidwesten van Duitsland binnen. Ze bezetten Rheinland Pfalz en het Ruhrgebied. Tot en met Düsseldorf en Duisburg. Katholieke groeperingen steunen de aansluiting met Frankrijk. Ook het katholieke Beieren zoekt steun bij Oostenrijk en Frankrijk. Duitsland lijkt weer terug te vallen in de deelstaten van vóór Bismarck en Frederik de Grote. Met een Noord Zuid scheiding van katholieken en protestanten. Pruisen als sterkste macht in het Noorden. Beieren in het Zuiden.
Op 9 november 1923 gaat generaal Ludendorff voor in een mars van oud strijders in München. Tegen de afscheiding van Beieren van Duitsland. De demonstratie wordt bloedig neergeslagen. Er vallen 16 doden. Op 16 oktober 1924 verschijnt Mein Kampf. Allochtoon Op 16 juni 1946 werd ik in Groningen geboren. Uit katholieke ouders, die beide bij Philips in Eindhoven ontslagen waren. Tijdens de crisis van 1937-1938. Mijn vader werd via-via aan een baan geholpen bij de vleeswarenfabriek van Kraft. Kraft was een van de vele Duitsers in Groningen die actief waren in industrie en handel. Grol, Zuhorn, Nagel, Geubels waren alle Duitse families. Allochtonen van de eerste of tweede generatie. Alle katholiek, en daarmee lange tijd uitgesloten geweest van functies bij gemeente of universiteit. Net als de Joodse Groningse middenstand. Wat allochtoon zijn inhoudt, heb ik mijn leven lang ervaren. Tot op de dag van vandaag, nu wij als allochtonen hier in Amsterdam de meerderheid vormen. Als je de identiteit van de Nederlander zou willen kennen, moet je bij emigranten in Canada en Nieuw Zeeland zijn. Die houden vast aan Sinterklaas, drop en Koninginnedag. Ze zijn Roomser dan de Paus en Gereformeerder dan Abraham Kuyper. Ook Hitler was allochtoon. Met een korte onderbreking in Passau, woonde hij als Duitser in Braunau aan de Inn, Linz en Wenen. En ook hij zag in de loop van zijn leven de minderheden in Oostenrijk toenemen. Maar dan vooral in de vorm van Tsjechen en Hongaren, Transsylvaniers, Kroaten en Serven, die alle deel uitmaakten van de Donaumonarchie. Duitsers kwamen - in zijn ogen - steeds minder aan de bak, ten gunste van de Oostelijke bewoners van het Keizerrijk.
Geweigerd, Wagner, Wees en werkeloos Op zijn twaalfde bezocht Hitler in Linz een voorstelling van Wagners Lohengrin, die een grote indruk op hem maakte. Op zijn dertiende stierf zijn vader. Op zijn vijftiende was hij wees. Op zijn zestiende werd hij afgewezen voor de Kunstacademie en de Academie voor Architectuur. En werd hij bouwvakker in Wenen. Overigens niet zonder erfenis en wezenuitkering. Hitler heeft altijd rond kunnen komen zonder te hoeven werken. Idealisme en menselijke hersenen Menselijke hersenen schijnen de neiging te hebben altijd met een sluitend verhaal te komen. Al heb ik soms de indruk dat idealisten daar extra last van hebben. In Wenen wordt de idealist in de werkloze Hitler wakker. En ontwikkelt hij onmenselijke theorieën van het type Plato, Thomas Morus, Marx, Bush, Pol Pot en Ceaucescu. Waar bij Marxisten het Kapitaal het uiteindelijk gedaan heeft, in de USA het individu, zijn het bij Hitler de Media. Zolang hij werkloos zonderling veel boeken leest, is hij van mening in wijsheid en inzicht te winnen. Zodra hij kranten leest, raakt hij verward. En zodra hij verward raakt, wordt hij boos. Als zoon van een spoorwegambtenaar heeft hij een ziekelijke drang naar orde. Ook in zijn theorievorming. En het allerergst vindt hij het moeten bijstellen van je mening. Later zal hij een unieke theorie ontwikkelen over succesvolle politici. Als die te vroeg de politiek in gaan, lopen ze het risico nieuwe overtuigingen op te lopen, die ze vervolgens gaan ontkennen, op straffe van electoraal verlies. Hij adviseert dan ook om tot je dertigste degelijk aan je ideevorming te werken. En die ideeën dan tot je dood toe vol te houden. Wissels kenden de spoorwegen blijkbaar nog niet veel in die dagen. En treinen reden blijkbaar voornamelijk vooruit. Corrigerende tikken Montaigne onderscheidt in de visieontwikkeling Predikanten en Advocaten. Advocaten zijn goed in debatteren, zet en tegenzet. Spontaan, à la minute, gevat, snel, en lik op stuk. Predikanten bereiden zich heel goed voor en komen met een sluitend en overtuigend verhaal. Hitler is erg geporteerd van het Predikantenmodel. Zijn betogen scherpt hij zaal voor zaal aan. Tot hij precies weet wat wanneer te brengen. Ontwapenend is ook Hitlers recept voor bijeenkomsten en vergaderingen. Je hebt een goede spreker nodig die meeslepend kan vertellen. En een ordedienst, die iedereen eruit gooit die niet enthousiast is. Het meest kijkt hij neer op de Massa. Die is dom en manipuleerbaar. En moet alleen gevoed worden met simpele waarheden. En moet homogeen zijn samengesteld. Architecten Architecten willen nog wel eens autoritair zijn en denken blauwdrukken. Vanuit hun ontwerpersgrijze achtergrond combineren zij moeiteloos visies op gebouwen en maatschappijen, met een minimum aan concessies. Een enkeling ziet zich zelfs als een priesterkaste, de het gewone mensen nog wel eens wil uitleggen. Maar in gesprek gaan gaat hen toch echt te ver. Hitler komt er in zijn Weense tijd achter dat hij het liefst architect zou zijn. Omdat hij geen middelbare school heeft gevolgd, kan hij niet in de noodzakelijke bouwtechnische vooropleiding van de Bouwkunde Hochschule. Maar hij blijft zich architect dromen. De tekeningen die hij maakt, en waarvan hij beweert dat hij er een inkomen mee verdient, zijn allemaal huizen en gebouwen. Vooral de paleizen aan de Ring in Wenen zijn voor hem geliefde onderwerpen.
Tegenstanders als voorbeeld Een groep bestaat niet zonder Prosocials. Mensen die het groepsbelang boven het eigenbelang stellen en groepsleden selecteren op basis van morele oordelen. Als ze daarin doorschieten, kunnen ze ontaarden tot "Eigen volk eerst". Leren van andere groepen kunnen ze niet. Dat zou verraad aan de eigen kring betekenen. "Bei Uns ist alles besser" en "Not invented here" horen daar als slogans bij. Proselfs daarentegen, stellen hun eigen oordeel boven de groepsmening. Ze geloven in eigen kracht. Zij zijn in staat van andere groepen te leren, en daar zelfs allianties mee te sluiten. Elke onderneming moet over voldoende prosocials beschikken om een eenheid te vormen, maar ook voldoende proselfs om te leren en aan te passen. Hitler komt in
zijn geschriften duidelijk naar voren als een Proself. Hij is bereid met iedereen samen te
werken, als dat in zijn kraam te pas komt. En neemt alle goede ideeën van zijn
tegenstanders over. Van communisten leert hij in Berlijn, dat vlaggen goed werken om een
groepsgevoel bij massa's te creëren. Zijn bloedzuiverheidstheoriën ontleent hij aan de Joodse leer op dat punt. Van de Fransen leert hij hoe
je de jeugd subjectief kunt indoctrineren tot goede patriotten. Van de Engelsen de
Nederlanders en de Fransen dat je koloniën moet hebben, en dat je die maar beter dichtbij
huis kan hebben. Ook zijn fascinatie voor Joden wordt grotendeels gevoed door ontzag. Hoe je met relatief weinig mensen de media, de financiële, universitaire, en vakbondswereld kunt beheersen. Iets wat hij later ook zal laten zien met een relatief kleine kern van getrouwen. Ook de Russische revolutie is voor hem een voorbeeld van knap Joods management.
Abraham Kuyper Twintig jaar
voor Mein Kampf maakt onze Abraham
Kuyper een reis langs het Middellandse Zeegebied.
In 1907 verschijnt daarvan een verslag: "Om de oude wereldzee". En
als hoofdstukindeling titels als: Het Aziatisch gevaar -
Roemenie, Rusland - de Zigeuners - en: - Het Joodsche probleem - Constantinopel - Klein
Azië - Syrië - en: - Het Heilig land -. Kuyper overtreft Hitler gemakkelijk voor
wat betreft suggestieve details. Al spreekt hij milder - en zonder boosheid- over Joden
dan Hitler, zijn detailleringen zijn op zijn minst opvallend. Met grote nauwkeurigheid
behandelt hij inkomensverschillen en percentages opgenomen geesteszieken voor katholieken,
protestanten en Joden. Statistieken die destijds blijkbaar per bevolkingsgroep werden
bijgehouden. Bij het Joodsche vraagstuk voegt Kuyper toe dat de misstanden vooral door
Christenen veroorzaakt zijn. Zij waren het die Joden uitsloten van ambten en
vastgoedtransacties. En Kuyper blijkt best optimistisch over nieuwe mogelijke
verhoudingen. Zo positief als hij over Joden is, zo negatief schrijft hij over
zigeuners. Dat lijkt hem toch wel een onoplosbaar probleem. Zigeuners ( en homo's) zijn
bij Hitler in 1924 nog helemaal geen thema. Het Aziatisch gevaar slaat bij Kuyper op de Islam. Ook dat loopt goed
af in zijn gedachtegang. Europa is te sterk voor de Islam, een voorlopig zullen ze wel
genoeg hebben aan Indonesië en Japan. De week van de democratie Van democratie moet Hitler niets hebben. Politici behoren mensen te leiden in plaats van te vertegenwoordigen. Zoals Bismarck met het parlement omging was voor hem een modelvoorbeeld. (Evenals diens inval in Frankrijk in 1870). Parlementen en vergaderingen zijn er slechts om de eenheid tussen leiders en volk te ritualiseren. Hij maakte toen al gebruik van de boekenwijsheid (die we nu ook bij pubers kennen) dat je een groep beter 's avonds en 's middags overtuigt. En nooit 's morgens. En je overtuigt eerder een homogene groep. Van multiculti moest Hitler niet veel hebben. Amerika is voor hem nooit een sterk voorbeeld geweest.
Homogeniteit Met zijn homogeniteittheorieën volgt Hitler Plato, Thomas Morus en het Zionisme. Plato en Morus zijn nooit in de praktijk uitgevoerd. Maar in de theorie is Plato toch wel het meest extreem: ( "Ze" zijn de filosofen (mannen) die de staat in handen hebben. "Alle burgers, die de leeftijd van tien jaar hebben overschreden, zullen ze naar het platteland sturen; maar de kinderen van deze burgers zullen ze opnemen, buiten de zedelijke gewoonten van thans, die ook door hun ouders worden gehuldigd. En deze kinderen zullen ze opvoeden overeenkomstig hun eigen gebruiken en wetten, zoals we die uit onze vorige uiteenzetting kennen." Mein Kampf heeft nog het meest van de Thomas Morus stijl. Je zegt gewoon dat er voor bepaalde mensen geen plaats (meer is), zonder dat je aangeeft waar die dan blijven. Hitler overigens was erg vóór het Zionisme. Een staat waarin alle Joden zouden wonen was voor hem een belangrijke oplossing van zijn probleem. De leidende rol van de Joden zag hij vooral omdat ze (nog) geen eigen staat hadden. Tot 1943 mochten Joden met een visum voor Palestina vrij door Duitsland reizen. Turken losten dit vraagstuk ooit op door Armeniërs in een woestijn achter te laten. Engeland liep in 1947 gewoon hard weg toen ze de Pakistaans-Indiase grens instelden tussen Moslims en Hindoes. 14 Miljoen mensen raakten op de vlucht waarvan er 4 miljoen stierven. Tekentafelarchitecten zijn verre van zachte heelmeesters. Plasterk Plasterk heeft groot gelijk om het verbod op de verkoop van Mein Kampf te handhaven. Een opheffing zal veel oude wonden openrijten. En stapels Mein Kampfs op de verkeerde plekken kan tot vreemde bijverschijnselen leiden. Op Internet en in bibliotheken is het bovendien royaal beschikbaar. Evenals boeken over Mein Kampf. Zeer de moeite waard om eens te lezen. Net als de Bijbel en de Koran. Antisemiet zal je er zeker niet van worden. En een fan van Hitler evenmin. Maar de gevaren van idealisme en kolonialisme worden weer eens pijnlijk duidelijk. Mein Kampf kent nog geen concentratiekampen geen Endlosungen. Hitler komt in 1924 nog niet verder dan het koloniseren van Oost Europa met de hulp van Engeland. En het verdrijven van het Communisme. Maar naïeve Utopia's kunnen tot heel andere dingen leiden. Hoed U voor idealisten.
Amsterdam, 7 oktober 2007
Paul Valens
|
|||