2006

2005 

2004  

2003

1982-2002

Index

 

Literatuur   

English  

Links   

Home

Hand-Outs    

Test   

 

Mail   

Contact

Paul Valens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

valens.nl

valens.nl

 

 

Minister zijn is erg leuk.

Vooral de eerste,

en de laatste dag.

Hans Wiegel

Een nieuwe voorzitter,

een nieuwe minister,

een nieuwe baas.

Hoe ga je daarmee om?

Hoe gaat zij er mee om?

 

Enkele kanttekeningen

 

1          Jaap was als jong lid van de Raad van Bestuur speels, kritisch en energiek. Mee daardoor werd hij de nieuwe voorzitter. In zijn eerste jaar als voorzitter was hij totaal onthand. Als voorzitter mag je ineens niet meer het leuke slimme jongetje van de achterste bank zijn. Zijn sterkste kant moest hij laten vallen. Maar daarna hervond hij zich in een nieuwe rol. Als wijze voorzitter. Goed luisterend naar kritische collega's.

Kan je als medewerker een nieuwe voorzitter helpen bij dit rouwproces?

Kan je het fataal verstoren?

 

2          Cees kreeg als directeur HRM van de chauffeur te horen, dat hij bij de nieuwe voorzitter zo weinig overwerkbriefjes had. Cees was in staat deze Da Vinci tekst snel te decoderen: de nieuwe voorzitter deed te weinig aan relatiemanagement buiten de gewone werkuren. En Cees wist dat - opnieuw, en anders gecodeerd- bij de raad van Bestuur onder de aandacht te brengen.

 

Kunnen medewerkers constructief upstream BoBo's bijsturen?

 

3          Ooit, lang geleden, in een ver land, werd ik eens bij een bespreking uitgenodigd om te kijken naar concept teksten bewindspersonen. De nieuwe minister zat er een jaar. "We houden er inmiddels rekening mee, dat hij blijft...." (!) was een van de openingszinnen. Tot dan toe was de bewindspersoon blijkbaar gezien als iets van tijdelijke en voorbijgaande aard. En waren beleidsmedewerkers doorgegaan op de oude voet onder het vorige bewind. "Hoe kunnen we onze concept teksten nu meer Jim-proof maken? "

Dat bleek goed mogelijk.

Op basis van de hypothese dat Jim het goed wilde doen in de ogen van zijn collega's John (EZ) en Peter (Fin), kwamen we al snel op onhandige zinnen.

De openingszin: "Het vorige kabinet heeft besloten, en dus..." werd als niet John- en Peter-, en dus als niet Jim-proof gezien. In tegenstelling tot de variant waarbij in zin tien de kanttekening werd gemaakt: "Dat het vorige kabinet weliswaar besloten had dat....".

 

4          Jo Ritzen stond erom bekend dat hij het ministerschap combineerde met de helft van de functies van zijn S- en DG-'s. Zijn management by nightfax was berucht. Het kost tenminste een jaar voordat het apparaat zijn eigenlijke positie hervindt, bij een overgang naar een andere bewindspersoon.

 

5          De directie Welzijn van de Blauwstad klaagde steen en been over hun portefeuillehouder Els. Ze misten haar voorganger Henk heel erg.

Op mijn voorstel, om te kijken hoe je aan een betere portefeuillehouder kon komen bij de volgende verkiezingen, werd honend gereageerd. Maar onder aanvoering van de onconventionele directeur, toch uitgevoerd. De bevindingen bleken schokkend en hoopvol tegelijk.

Henk was zo goed geweest, dat hij alle raads- en commissiewerk wel alleen af kon. Els had veel steun nodig, maar de medewerkers waren hun behendigheid verloren om dat adequaat te doen. Henk werd langzaam steeds meer als een solist gezien, en Els als iemand die graag met beleidsmedewerkers samen wilde optrekken.

Bij het verkennen van mogelijke kandidaten bleek dat uit elke hoek er prima kandidaten te verwachten waren. En dat in alle gevallen, men een veel actievere houding moest aannemen dan in de Henk-periode.

En dat in ieder geval voorkomen moest worden dat ze weer een Henk zouden krijgen!

 

6          Benoemingen hebben soms een signaalwerking. Van een gepensioneerde Shell manager, mag je een ander beleid verwachten dan van een Ben Verwaayen (ex KPN, nu BT) op zijn negenendertigste. Of van Wim Dik op zijn negenenveertigste daar tussenin, toen hij het staatsbedrijf PTT ging leiden. Ook de benoeming van de onconventionele verre van bange Rijkman Groenink bij de ABN-AMRO past in dat rijtje.

 

7          Toen een medewerker van EZ er achter kwam dat ik de toen net benoemde EZ minister Hans Wijers kende, was zijn eerste vraag:

"Heeft hij kinderen?"

Ik zei: "Ja, en een heel leuke vrouw. Maar waarom wil je dat weten?"

"Omdat wij nu al keer op keer een kinderloze minister gehad hebben, met alle gevolgen voor de waardering van een gezinsleven".

En Wijers maakte inderdaad later naam met IKEA bezoeken. En met eerder uit de ministerraad vertrekken vanwege de verjaardag van een van zijn kinderen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

l

 

 

VRAGEN ROND OPVOLGING

 

 

 

opa.jpg (11403 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

8          Het wisselen van baas genereert een rouwproces. Burgemeester van Walsum van Zwolle kon het in 1940 niet verkroppen dat Koningin Wilhelmina naar Engeland uitweek. En maakte dat gevoel publiek. Later werd hij door de bezetter uit zijn functie ontheven. Toen Wilhelmina na de oorlog terugkeerde, mocht van Walsum evenwel zijn plaats niet meer innemen.

 

9          Sommige departementen waren vroeger niet van, maar voor. De minister van Landbouw werd geacht vóór de landbouw te zijn. Die van Kunsten en Wetenschappen vóór de kunst en vóór de wetenschap. Actiegroepen vinden dat nog steeds. In die oude tijden kwam er dan ook wel eens een kaste probleem naar voren als een bewindspersoon niet uit de sector kwam. Landbouwingenieurs Staf op Defensie en Vondeling op Financiën. Maar inmiddels werken er ook economen op Verkeer en Waterstaat en Sociale Zaken. Niettemin zou het voor nieuwe ministers aangenamer zijn als departement minder kaste-gewijs bemand zouden worden dan nu nog steeds het geval is.

 

10        In de USA wordt de ambtelijke top rigoureus gewisseld met de wisseling van de politieke kleur in het Witte Huis.

 

11        Scenariodenken zou een verplicht chronische activiteit voor alle departement moeten zijn. Plannen voor nieuwe bewindspersonen uit nieuwe hoeken zouden klaar moeten liggen. En dan niet als rampenplannen, maar gewoon als een permanente fitnessoefening ten behoeve van een democratie

 

12        Ambtenaren houden de Wacht, bij de wisseling van de Macht. Maar ook bij de zittende bewindspersonen. Van beleidsmedewerkers wordt in feite een dubbele taak verwacht. Enerzijds moet je de bewindspersoon recht doen. Anderzijds heb je ook een verantwoordelijkheid voor de verbinding tussen het beleid van zijn voorgangers. En zijn opvolgers. Ambtenaren moeten een ruimere tijdhorizon hebben dan ministers. En die hebben ze meestal ook.

 

13        Sommige beleidsmedewerkers melden over zichzelf dat ze als sterk punt een grote betrokkenheid met hun dossier hebben. Je kunt dat ook heel anders zien. De eerste taak van een beleidsmedewerker -lijkt me- is dat hij zich kan verstaan met alle mogelijke denkrichtingen rond zijn dossier. Zowel op kabinetsniveau als maatschappelijk. Uitgesproken standpunten en affiniteiten verdienen een plek in een belangen- of actiegroep. Niet alle beleidsmedewerkers weten dat altijd even goed te scheiden. Die zijn soms een eigen actiegroep. En scheiden daarmee onvoldoende werk en privé.

 

14        Als adviseur sprak ik eens een Interim Manager over zijn werk:

 

"Op dag 1 is het alsof ik in een tweedehands auto kom. Ik voel me er niet direct in thuis. Maar dan haal de stickers van de ramen, zet mijn stoel in de goede stand, leeg de asbak, en zo langzamerhand wordt de auto van mij. Vervolgens luister ik veel, naar alle mogelijke partijen. Waar het kan steun ik mensen. Dan pas sla ik mijn eerste piketpaal. Die moet wel staan voor wat ik wil, en een symbolische werking hebben. Dan komen de echte veranderingen. En moet ik al weer aan mijn opvolging denken"

 

Ik heb toen gedacht: " Wat zijn adviseurs toch trage veelpraters..."

 

15        Op mijn tweede werkdag bij TG moest ik mij melden op de bouw van het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam. Flip Bijvoet ving me daar op. "Af en toe komt Twijnsta hier onverwacht langs", zei hij "..en dan kan het zijn, dat hij je vraagt hoeveel mensen er vandaag op de bouwplaats zijn". De boodschap was me helder . En ik praktiseer hem nog elke dag: Je moet meer weten dan strikt genomen voor je werk nodig is. "Hoefden we niet te kennen, hebben we nooit gehad" is leuk voor de middelbare school. Maar niet in het echte leven.

 

Een beleidsmedewerker moet meer weten dan een minister vraagt. Deze minister, en ook de volgende. En daar heb je een dagtaak aan die ook buiten werktijd doorgaat. Eens per jaar naar een buitenland op kosten van de Staat lijkt me een must voor ambtelijk Nederland.

 

Gelukkig zijn Aken en Antwerpen al buitenland.

 

Amsterdam,

22 oktober 2006

Paul Valens