| A-Z | | Hand-Out 2008 | Site Intentions | Site impressions | Quotations | | | ||||||||||||
L I E G E N V O O R J E W E R K
Studenten en willekeurige burgers produceren anderhalve leugen per dag. Ze liegen in 25 procent van de gesprekken die langer dan 10 minuten duren. En doen dat bij 34 procent van de mensen die ze per week spreken. Ze voelen zich er over het algemeen niet ongemakkelijk bij. En in de meeste gevallen zijn ze succesvol. Slechts 18 procent van de leugens komt aan het licht. Liegen voor een ander De helft van onze leugens plegen we uit eigenbelang. Om positiever over te komen, of er beter van te worden. Maar een kwart van wat we liegen is bedoeld om een ander positiever te doen overkomen. Of om een ander er beter op te laten worden. Leugens in soorten De meeste leugens (65%) zijn volwaardige, pure leugens. De rest bestaat uit overdrijvingen en subtiele leugens: niet liegen, maar wel een verkeerde voorstelling van zaken geven. Of in stand houden. Bill Clinton wordt in dit verband wel eens genoemd. Vrouwen liegen anders Mannen liegen anders dan vrouwen. Mannen liegen meer uit eigenbelang, terwijl vrouwen vaker liegen om een ander te helpen. Vooral tegenover andere vrouwen. Eerlijk wordt niet gewaardeerd Mensen die prettig in de omgang zijn, liegen vaker. Eerlijke mensen worden als sociaal minder behendig gezien. Soms zelfs als contactgestoord. Jong geleerd Kinderen kunnen al op jonge leeftijd goed liegen. Hun ouders leren hen al vroeg, hartelijk te reageren op ongewenste cadeaus. Ook zien ze hun ouders dit gedrag voordoen bij andere volwassenen. Het ontlopen van straf is ook een goede reden voor kinderen om te liegen. Liegen mag niet. En levert straf op. Maar er eerlijk voor uitkomen stout te zijn geweest, levert ook straf op. Overtuigend liegen is een vaardigheid waar mensen met het klimmen der jaren steeds beter in worden. De leugens van een 79-jarig zijn lastiger te achterhalen dan die van een negentienjarige. Dat wil je niet weten De meeste mensen zijn niet goed in het doorgronden van leugens. Ze letten op nerveus gedrag, of gedrag dat nadenken verraadt. Goede leugenaars vertonen dit gedrag echter helemaal niet. Mensen willen de waarheid vaak niet weten. Ze hebben er geen baat bij, of zouden zich geen raad weten, als ze de waarheid wel zouden weten. Het is bovendien ongepast om in een gesprek alles in twijfel te trekken. In zon gesprek zouden de irritaties snel oplopen. Liegen voor je werk Verkopers blijken uitstekende leugenaars. Ze zijn meer geoefend dan de gemiddelde Nederlander in het verdraaien van de werkelijkheid. Verkopers hebben ook minder schuldgevoelens. Ze beschouwen liegen als een onderdeel van hun werk. En dus als toegestaan. En tenslotte: hoe beter ze worden in het liegen, hoe kleiner de kans dat ze betrapt zullen worden. Een lage pakkans blijkt ook een belangrijke leugenmotivator. Toch nog ergens goed voor De bankcrisis blijkt dan toch nog ergens goed voor. Het zet je weer eens op een ander pad dan dat van de waarheidsvinding. Dat van de leugens.
Voor wie die route wat verder wil verkennen, verwijs ik graag naar: Aldert Vrij, De psychologie van de leugenaar Belle De Paulo, Lying in everyday life Albert Lohman, Liegen voor het vaderland Annette Simons, A safe place for dangerous truths Machiel Zeegers, De oplichter Daniel Coleman, Liegen om te leven Jo Ritzen, De minister Amsterdam, 2008/2011 Paul Valens
|
|
|||||||||||||