KASTE-MANAGEMENT II
Vervolgteksten van een lezing bij het Pensioenfonds voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke belangen PGGM ter gelegenheid van het twaalf en een halfjarig dienstverband van Mr. Margriet Adema op 14 februari 2006 te Zeist. Cijfers en letters Twee jaar geleden ging mijn buurman in
Frankrijk - Peter Brinkers - met pensioen, als hoofd inkoper en uitgever van boeken voor
de Bijenkorf. Dit loopbaanfeit werd gevierd met een kleine
samenkomst met collega's, bazen, zakenrelaties, vrienden en kennissen. Veel zakenrelaties bleken er in een dubbelrol:
het waren óók vrienden én kennissen. Na een aantal clichématige toespraken, kreeg
Peter het laatste woord. "De Bijenkorf" zo begon hij "is
een bedrijf van cijfertjes, terwijl wij van de lettertjes zijn". Bij mij riep deze opening een hele
associatiemachine op. Peter bleek een man met de gave van het woord,
de letteren en de letters, inclusief de kleine lettertjes. Er kwamen ook complementaire beelden met
getallen, cijfers en cijfertjes, berekeningen en sommen. Beide werelden kenden formules. Gymnasiasten Voor mij zijn juristen vooral mensen van het
woord. En eigenlijk vooral van het klassieke woord. Na mijn doublure in een soort brugklas, op het
Sint Maartenscollege te Groningen, trachtte Huub Oosterhuis mij over te halen voor het
gymnasium te kiezen. Hij had mij geregisseerd in Reinaert de Vos waarin ik Grimbaert de
Das speelde. Zittenblijvers gingen niet naar het gymnasium Mijn vader was procuratiehouder bij een
vleeswarenfabriek, en zowel mijn vader als mijn moeder waren bij Philips in Eindhoven
aangesteld, opgeleid, en ontslagen geworden. Of er toen ook al pensioengaten bestonden weet
ik niet. Ik heb inmiddels wel begrepen dat mijn vader
vastgoed in Eindhoven had. En ik hoorde hem vaak over aandelen. Ik herinner me zelfs het blad
Beleggersbelangen. Ik sluit niet uit dat hij ook zijn pensioen in
eigen beheer had. Met alle gevolgen van dien.
Strategische schoolkeuzes Ik ging dus naar de HBS Een strategische keuze, naar later zou
blijken. Dat wil zeggen een keuze die latere
keuzemogelijkheden dramatisch zou beperken. Echt kiezen dus. Echt strategisch. Anders dan bij beleggen. Mijn eerste kaste Bij mijn eindexamen bleek, dat Rechten
uitgesloten was. De Belasting Academie in Rotterdam kon wel. En Medicijnen was denkbaar. Economie lag echter het meest voor de hand. De eerste Kaste waar ik in terecht kwam. Een kaste die niet werd doorbroken door het
lidmaatschap van een studentenvereniging. En evenmin door mijn werk, in de winkel, die
mijn ouders inmiddels dreven. En dan met name mijn moeder. De eindigheid van leeftijden Mijn vader werd geleidelijk aan steeds verder
verdreven naar statistieken en bankzaken. Acht jaar ouder dan mijn moeder, heeft hij
zich tijdig gepensioneerd Hij werd 72 Mijn Moeder (tevens de moeder van 10 van mijn
broers en zussen) 93 Zorgtaken en Zaken blijken goed te combineren
D'66 D'66 bracht mij definitief in contact met
Juristen. Al stencilend, folderend en vergaderend wissel
je dan normen en waarden uit. Eigenlijk was D'66 toen nog een
Thorbecke-achtige juristenpartij. We hadden ook wel de kinderpsychiater Gerrit
Mik en de aannemer Fred de Vries, maar toch hing er een dominante, prettige
Coornhertsfeer. In Groningen
waren Laurens Jan Brinkhorst, Jos Staatsen en Winnie Sorgdrager D'66-ers van het eerste
uur. Brinkhorst kende heel slimme Ditrich-achtige
moves uit politicologieboekjes Winnie was vooral erg met muziek bezig, samen
met haar toenmalige vriend Jan Willem Loot, nu directeur van het Concertgebouworkest (en
jurist). En alle lazen ze veel. Niettemin werd er ook soms hard ingegrepen. Zo werd ik als voorzitter door de jurist Hans
van Mierlo persoonlijk ontslagen.
Juristentekeningen Anneke Goudsmit verkeerde ook in die kringen. In 1988 gaf ze mij de kans juristen weer anders te leren kennen. Als secretaris van de Stoperacommissie,
en inmiddels lid van de Kaste van organisatieadviseurs, kwam ik meestal met voorstellen en
analyses in de vorm van schema's en tekeningen. Die zag ze niet. Niet alleen begreep ze de beelden niet, en zag
ze er niets in: Ze zag ook echt niks. Of eigenlijk vooral: Ze zag geen zinnen,
woorden, letters en lettertjes En geen Latijn. Op haar verzoek ben ik toen uitsluitend gaan
schrijven. Voor mij is dat zoiets als: met je handen op
je rug roeien. Een soort mond-schilderen. Net als nu: zonder enige bescherming van
beamers, laptops, overheadprojectoren en flip-overs Slechts gekleed in een katheder. Waarom doe ik mezelf dit aan? En verraad ik mijn kaste door deze werkwijze? Om in contact te treden met Juristen Door me te bekleden met de tekenen van een
jurist: een lessenaar als balie, papieren en alleen woorden Woorden die de beelden bij U en mij moeten
oproepen Over kastemanagement en Strategie De actiegroep Oude Stad Al gauw bleek dat de Goudsmitmethode veel
sneller was dan mijn tekentrucs. Maar dan moest je wel iets met taal kunnen
doen. Daar is waarschijnlijk de kiem gelegd voor
mijn huidige praktijk van clichémanager. In een concept-rapporttekst liet ik sprake
zijn van "De actiegroep Oude Stad". Die was tégen de Stoperaplannen van de
gemeente geweest. "Mogen we hier van maken": "Een
actiegroep - komma - De Oude Stad"? vroeg Goudsmit. En ineens was niet langer de hele binnenstad
van Amsterdam tegen het plan, maar werd melding gemaakt van een groepje
ouderen.
Ombudsmensen Schilderen met woorden. Letterlijk schilderen met de mond. Mijn neef heeft er recent een boek over
geschreven. "Meester in de Hygiëne"
heet het. En speelt in de thuiszorg, waar hij als
Rietveldstudent zíjn kunstenaarskaste probeerde te doorbreken. Roeien met de vrienden die je hebt In mijn Twijnstra-jaren conditietrainde ik met
de roeiclub. Een gezelschap dat overwegend uit juristen en
medici bestond. Daar bekroop mij het gevoel, dat er ook nog
wel eens zoiets als "een standsverschil" tussen kastes zou kunnen zijn. Zo hoorde ik van een juristenborrel, waar
bedrijfsjuristen van Kluwer en Centraal Beheer op af waren gekomen. De advocaten, rechters, officieren en
notarissen in kwestie lieten blijken dat dat grensde aan een misverstand. Toen kende ik nog niet de standsverschillen
tussen boeren Paarden op één, vlees- en melkkoeien op 2 en
3, varkens en kippen op 4 en 5. En wormen op zes Chirurgen op 1, cardiologen, huidartsen en
internisten op navolgende plekken, kinderartsen in voorlaatste positie, en
psychiaters en psychologen als een niet serieus te nemen aanhangsel. Bij Defensie stond lange tijd de Marine op 1,
dan Luchtmacht en landmacht. En Marechaussee op sneu
Communicatieve onvermogens Maar ook ik voelde mezelf een standsverschil
opgedrongen. Vooral veroorzaakt door mijn beperkte
communicatieve vaardigheden, meende ik soms een toontje te horen van: "Een organisatieadviseur, wat doet die
nou eigenlijk?" "Is dat nou nodig?" Of ronduit: "Ben je een mee-eter?" Vaak heb ik er toen aan gedacht alsnog jurist
te gaan worden En veel mensen zie je dat ook werkelijk doen. Meestal gelukkig uit veel nobeler motieven. Maar toch Een doorbraak Mijn twaalfeneenhalfjarig ambtsjubileum vierde
ik bij Horringa & de Koning. En daar werd het kastedenken definitief
doorbroken door de samenstelling van het bureau, en de General managementoriëntatie in
het werk Juristen, landmeters, econometristen,
sociologen en wiskundigen werkten -in voortdurend wisselende samenstellingen- mét elkaar. In voortdurend wisselende klantomgevingen Vandaag bij DSM, morgen bij Elsevier,
overmorgen Aegon (toen nog Ennia) De Waddenvereniging, Rijn Schelde Verolme, en
het ziekenhuis Bosch en Duin Je leerde kastes kennen Er niettemin mee te werken En kastes te doorbreken Bij het CBS adviseerden ze mij vooral niet met grafieken te werken Bij een van de rechtsvoorgangers van Price Waterhouse Coopers vermeden we cijfers. Behalve op het laatst, toen de nieuwe
strategie gevonden was, en het vooral op de uitwerking aankwam Mee door die leerschool ben ik later enkele eigen aardigheden bij juristen menen te gaan zien. Kwaliteiten die in strategieprocessen voor hun
eigen voeten -en die van anderen- kunnen lopen
De jurist als steun Maar eerst waar juristen anderen meer dan van
dienst mee kunnen zijn. Om te beginnen kan de Goudsmit-methode
uitgebreid en vervolmaakt worden. Mooie publieke voorbeelden daarvan zijn het
rapport van de commissie Donner (vader? oom? familie?) over de Lockheed-gelden. Zinnen als: "De prins heeft brieven
geschreven die hij niet had mogen verzenden" en: "Hij heeft de indruk gewekt,
althans niet weggenomen, dat hij gevoelig was voor gunsten" zijn van een
nauwkeurigheid, maatwerk en sfeermanagement, die je bij strategieformuleringen erg goed
kunt gebruiken Clifford Chance was penvoerder voor Lord Hutton, die moest
onderzoeken of Blair mede verantwoordelijk kon worden gesteld voor de voortijdige dood van
de kerngeleerde Dr Kelly. Reeds op pagina vier worden de volgende feiten
gepresenteerd: Dr Kelly had een zeer ingewikkelde taak, die
hij moest uitvoeren in een organisatorisch zeer complexe situatie. Hij werkte hard, reisde veel en nam vrijwel
geen vakantie. Hij had problemen op zijn werk over beloningen
en rang En zo verder Statement voor statement wordt het
aannemelijker, dat Blair het niet gedaan heeft. Een prachtig voorbeeld van framing. Een compositie. Het
Hoofddoekjesrapport Of Stasie
een jurist is, weet ik niet, maar het Franse hoofddoekjesrapport is strategisch gezien ook
prachtig lesmateriaal. Prachtig zie je daar hoe Stasie speelt met
ruimte en tijd. Hij start in het oude Griekenland . De bakermat van de democratie zoals wij die in
het Westen kennen Dan gaat hij over naar de Franse revolutie. Die blijkt er niet allen geweest te zijn om de
het volk te bevrijden uit de knechting door Koning en de Adel. Nee, ook de bevrijding van de Kerk was
destijds een belangrijk doel Kerken en kloosters werden ontmanteld en
verkocht. Veel van mijn pensioenfonds in de Bourgogne is
gebouwd met stenen van de abdij van Cluny. Verhandeld via een aannemer in Macon
Laïcité In 1905 volgde daarop de Laïcité. Een heel ander systeem dan vrijheid van
Godsdienst. In de Laïcité (de Lekenstaat) zijn de Leken
de baas. En zij dulden godsdiensten, voorzover ze niet
storend werken Turkije heeft dit systeem later ook
overgenomen, en hanteert het nog steeds. Stasie maakt dan een tour d'horizon langs
Europese landen In Engeland blijkt de Koning teven hoofd van
de Kerk te zijn. In Duitsland betaalt iedereen -ook niet
-gelovigen- Kirchensteuer. In Denemarken is het Christelijke gedachtegoed
verankerd in de Grondwet. En ook Nederland krijgt er van langs, met een
vorst "bij de Gratie Gods". Hij steekt ook nog even de oceaan over en
stelt vast dat de Amerikaanse president bij zijn intreding zweert op een bijbel, in handen
van een dominee. "Is de Franse revolutie dan helemaal voor
niets geweest?" vraagt Stasie zich dan op pagina 35 af. Dat kan toch niet zo zijn?! En vervolgens roept hij Frakrijk op weer de
historische rol van Gidsland op zich te nemen . En de hoofddoekjes in ziekenhuizen, scholen en
overheidsfuncties te verbieden. Met het ook op het repressieve gedrag van
moslimjongens komt dan de topzin: "Hoofddoekjes geven de islamitische
meisjes de bescherming, die de staat hen zou moeten bieden" Met een dergelijk zin, zijn de juristen niet
ver weg.
Een keerzijde? Deze zeer sterke juristenkwaliteit, kan
tegelijkertijd een fatale eenzijdigheid betekenen. Juristen zijn sterk getraind in betogen die
anderen zullen overtuigen We zagen het al in de voorbeelden. Juristen zijn niet altijd uit op het
uitwisselen van inzichten, maar soms vooral op het winnen van een debat. Dat geldt in een requisitoir, een vonnis en in
verkoopvoorwaarden Het is een McKinsey- en Plato-stijl die erop
gericht heeft, dat de andere partij zich gewonnen geeft. Ook al voelt hij misschien
"ergens"wel aan dat er iets niet klopt. In Twente wordt dat dan uitgedrukt met de
woorden "Ja, Ja" Wat eigenlijk "Nee " betekent. In gebreke stelling Een tweede vaardigheid die strategisch
belemmerend kan werken, is de "In gebreke stelling". Als je goed bent in het opstellen van eisen
waar aan collega's redelijkerwijs zouden moeten kunnen voldoen, en ze voldoen er niet aan,
dan zou je die waarneming kunnen seponeren. Zelfs al is het je baas, een bestuurslid, een
minister of een pensioengerechtigde. Redelijkheid kan soms ook mildheid en
matigheid betekenen. Hoewel de in gebreke stelling wel een
succesvolle lange termijn strategie is. Een huis met iets niet Een vriendin van één van mijn vier zussen
heeft ook zo'n successtrategie. In elk huis waar ze woont, is iéts, niet. Dat lukt altijd! Dan is het geen zwembad, dan geen uitzicht met
bergen, dan geen derde badkamer Een strategie die je jaren kan volhouden Maar het hoeft niet.
Vonnissen De in gebreke stelling wordt nog risicovoller,
als hij begeleidt wordt door een sterk vonnissend vermogen. Een vonnis is redelijk onomkeerbaar Met twee nadelen Je bent erg voorzichtig met je mening, wat in
strategie fataal is. Omdat je de definitieve consequenties van jouw
uitspraken vreest. Strategieontwikkeling vraagt om vergaande
uitgesproken gedachten. Maar zonder vergaande onomkeerbare
consequenties Kleine lettertjes Het Shell pensioenfonds heeft maar één
werkgever als klant. PGGM heeft er 17.000 Met elke werkgever op maat communiceren is
lastig. En dus worden er dan formuleringen ontwikkeld
die overal, door elke lezer, op elk moment niet misverstaan kunnen worden. Maar soms dan ook niet meer verstaan kunnen
worden. Of die niet gevolgd worden door andere zinnen
als je een werkgever aan de lijn krijgt. Of wanneer je het over wijzigingen in je
strategie hebt Idealen Wat juristen vaak met idealisten gemeen hebben
zijn idealen. Alleen, bij juristen zijn dat Plato-achtige
ideale denkbeelden. Zoals de zuivere waarheid. Of het ideale doel. Chemici kunnen hier trouwens ook wat van: die
zijn altijd op zoek naar zuivere oplossingen. Water in de wijn Strategie is een realistisch werkje. Net als bij de recherche. Onvolkomenheid is de regel. Zuiverheid kennen we niet. Idealen leiden in strategie vaak tot
nietszeggende misson statements met een semi reli-gehalte. Waar niemand iets mee kan. En niemand zich aan houdt. Althans niet naar de geest. Kastes moeten bij strategieontwikkeling vaak
leren water in hun wijn te doen. De wijn wordt daar niet beter van van. De sfeer vaak wel.
Amsterdam, 3 maart 2006 Paul Valens
|