KASTE-MANAGEMENT I

 

judge.jpg (34708 bytes)

Teksten uit een lezing bij het Pensioenfonds voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke belangen PGGM

ter gelegenheid van het twaalf en een halfjarig dienstverband van Mr. Margriet Adema op 14 februari 2006 te Zeist.

 

Professionals en loyaliteit

Professionals zijn maar beperkt loyaal aan hun bedrijf.

Dat geldt voor wetenschappers, HRM functionarissen, politiemensen, medici, landmeters, en wie al niet.

Behalve met hun baas, collega's, klanten en medewerkers, hebben ze te maken met de eigen beroepsgroep.

En die beroepsgroep stoort zich niet aan ondernemingsgrenzen.

Verenigingen van actuarissen, geodeten en registercontrollers zetten tonen, die door professionals worden opgevangen en nageleefd.

Het getuigt van wijsheid hiermee rekening te houden bij de ontwikkeling van een strategie.

 

 

Beleggerstrategieën

Strategieontwikkeling wil je liever niet afhankelijk maken van één topman, één kabinet of één adviesbureau.

Je wedt niet graag op één paard.

Een beleggerstrategie is meestal niet, maar hier wél handig.

Bij voorkeur ontwikkel je nieuwe strategische lijnen in een bepaalde vorm van samenspel.

De taak van het topmanagement is om dat proces in goede banen te leiden.

Niet om de onderneming met zijn visie op te zadelen.

Strategieontwikkeling is geen actie-, maar inter-actie management.

Daarbij kan het handig zijn eens stil te staan hoe beroepsgroepen werken, denken en op elkaar inwerken: Kaste-management.

 

dentest.jpg (33913 bytes)

 

Strategisch kastemanagement.

Artsen worden er hun opleiding sterk van doordrongen, dat je pas een diagnose kunt stellen, als je kennis van zaken hebt.

En het zeker weet.

Bij strategische verkenningen geeft dat complicaties.

Voor het ontwikkelen van een nieuwe visie is het belangrijk, dat je meldt wat je vindt.

En niet alleen: wat je weet.

En zeker niet alleen: wat je zéker weet.

Voor een operationele analyse zijn feiten en zekerheden nuttig en voldoende.

Bij strategieontwikkeling zijn feiten maar een klein deel van de noodzakelijke input.

En je moet er bovendien op verdacht zijn, dat ze een schadelijke werking kunnen hebben.

Van de spelers wordt vooral ook verwacht dat ze beelden, fantasieën en gevoelens inbrengen.

Om ze uit te wisselen, en vervolgens te bewerken.

En uiteindelijk ook wel met feiten te testen.

Maar bij voorkeur pas in een laat stadium.

Ideeën zijn niet om te houden.

 

 

Twee hersenhelften

Voor strategieontwikkeling zijn twee hersenhelften - elk op volle sterkte - nodig.

Er moet veel aangevoeld en verbeeld worden.

Maar óók gerekend en logisch geredeneerd.

"Het voelt goed" gun ik elke HRM functionaris.

Maar ik zou toch ook nog wel even naar de feiten willen kijken.

En het alibi: "Ik heb niet zo veel met cijfers" is in een serieuze onderneming dan ook ontoereikend.

Marktaandelen en rendementscijfers alleen, zijn óók een onvoldoende basis voor een strategie.

Visie heeft er juist mee te maken, welke betekenis je aan die cijfers geeft.

En in welke samenhang.

We zijn dan dichter bij een compositie, dan bij een rekensom.

 

 Amaril.jpg (88746 bytes)

 

Tijdsoriëntaties

Tijdsoriëntaties verschillen per beroepsgroep sterk.

Actuarissen en Levenmensen hebben vaak een ruime tijdhorizon.

Schadeverzekeraars leven dichter bij de dag.

Beide horizonnen zijn noodzakelijk bij strategieontwikkeling.

Toch komt het vaak voor dat de ene kaste, de tijdhorizon van de ander probeert weg te dringen:

"Strategie gaat juist over lange termijn" versus:

 "Het moet wel praktisch blijven"

Bouwkundigen hebben de neiging om bij de basis te beginnen, en dan pas, verdieping na verdieping, bij het dak uit te komen.

Ze zullen dus eerst definities willen, en een doel, anders kunnen ze niet bouwen.

Terwijl in het strategieontwikkelingsproces definities en doelen eindproducten zijn, en géén inputs.

"Hoe komen we aan zinvolle doelstellingen?" is immers de belangrijkste strategische vraag.

"Hoe bereiken we ons doel", is een nuttige, soms lastige, maar slechts operationele zaak.

Het is een uitwerking.

En vooral lastig, als je de verkeerde doelen nastreeft.

 

 

 

Strategische vragen

Wat zijn eigenlijk de verschillen tussen operationele en strategische vragen?

En hoe wordt daar per beroeps- en bevolkingsgroep tegen aan gekeken?

 

Strategische vragen ontstaan als je ruimte en tijd wijzigt.

Operationele vragen spelen zich af  binnen een gelijkblijvend frame van plaats en tijd.

 

"Als het af is, wat doen we dan?" is een strategische vraag.

Net als: "Wat doe ik hier eigenlijk".

"Hoe krijgen we het af" kan operationeel behandeld worden

Strategie heeft te maken met reframing.

 

 rabo.jpg (10581 bytes)

Verder weg hoeft niet

Wijzigingen van tijd en ruimte hoeven niet altijd verder weg te zijn.

Een langere termijn dan gebruikelijk, en een eerste internationalisatie zijn vanzelfsprekend strategische interventies

Maar een kortere tijdhorizon dan gebruikelijk, en een concentratie van een landelijke operatie naar slechts één regio, zijn dat ook.

Ruimer heet in strategie "verbreden", kleiner heet: "verdiepen".

Dat heeft alles met horizonmanagement te maken.

De horizon is niet oneindig ver weg, maar ongeveer vijf kilometers als je je ogen op twee meter hebt.

De horizon is dan meteen ook niet oneindig lang, maar slechts ongeveer dertig kilometer:

Een cirkel van 2 x pi x R, met een straal (R) van vijf kilometer.

Het mannetje van de Rabobank geeft dat mooi weer.

Een horizon is als het kapje van het ei dat je 'smorgens bij het ontbijt er af slaat.

Het in strategie veel gebruikte beeld van "Een vast punt op de horizon" is in dit licht niet zo handig.

Veel luisteraars horen er gemakkelijk een haven in: een rustplaats waar we aankomen als de strategie slaagt.

Alsof het om de aankomst gaat en niet om de reis.

Strategie is nooit af.

En kent geen rustplaatsen.

Het beeld van een vast punt in de vorm van een baken of een vuurtoren is al veel bruikbaarder: het baken blijft waar het was, maar wij gaan door.

Hetzelfde geldt voor tijdhorizonnen.

Elk tijdframe is een keuze.

Een keuze die bovendien variabel gehouden moet worden.

 

 

Pensioenregelingen bij de NS

Ooit was de pensioenregeling voor conducteurs bij de NS meedogenloos.

Conducteurs hebben namelijk tangnummers.

Zij zijn hun tangnummer.

Op dit kaartje is dat het kleine horizontale balkje (783) boven de datum (0702) en de routeaanduiding (00927)

 

tangnummer.jpg (10076 bytes)

 

Dat tangnummer houden conducteurs heel hun werkzame leven.

Vroeger was het echter zo, dat bij hun pensionering, ze hun tang, mét hun tangnummer, moesten inleveren.

Een geste van een Verdonk-achtige hardvochtigheid.

Uit het oog, uit het hart, verbannen naar de bingomiddagen.

Fataal horizonmanagement

 

 

Alumnistrategieën

Toen ik van 1972 tot 1976 bij Twijnstra en Gudde in Deventer aan mijn pensioenbreuk werkte, was ik de eerste medewerker die uit zichzelf, zonder problemen vertrok.

Een onvrijwillig vertrek werd - standaard - eervol afgewikkeld.

Maar iemand die het bestond, een andere werkkring boven TG te verkiezen, werd in woord en beeld uit de geschiedenis van het bureau verwijderd.

Die bestond niet meer.

Contacten met die categorie oud-collega's werd als verraad gezien.

Twijnstra heeft haar horizonmanagement intussen succesvol gewijzigd.

Een paar keer per jaar krijg ik verzoeken voor nieuwe pasfoto's.

En of ik een praatje wil komen houden of aanhoren.

En wat te eten en te drinken wil hebben.

En die uitnodigingen gaan naar iedereen.

"Eens een TG'er, altijd een TG'er" is nu de slogan.

 

 

Meer dan menselijk

Deze visiewijziging is natuurlijk primair ingegeven door gevoelens van humaniteit, medemenselijkheid en fatsoen.

Maar er is ook een commerciële berekende kant.

Strategie is altijd tenminste dubbel.

Daar heeft strategie ook een deel van haar negatieve imago aan te danken.

Vijftig procent van de projecten van McKinsey, komen direct of indirect van oud-McKinsey-mensen.

Van daar dat ook ik royale uitnodigingen krijg van BCG, terwijl ik daar nooit gewerkt heb.

Als partner van BCG's rechtsvoorganger in Nederland - Horringa & de Koning - wordt ik automatisch, volwaardig als alumnus beschouwd.

Los van pensioenzaken, die wij als vennoten overigens in eigen beheer opbouwden.

 

 

Farmacie

De eerste industriële en handelsonderneming met een dergelijk alumnibeleid is Pfizer

Op hun site kan je lezen dat ze graag met oud Pfizer-mensen in contact blijven.

En ze geven daarbij heel correct aan dat daar natuurlijk voor alle partijen ook allerlei zakelijke overwegingen een rol spelen.

 

 

HRM

Binnen de HRM wereld worden veel tijdhorizonnen juist verkleind

Om strategische redenen.

Mensen worden niet meer automatisch geacht veertig jaar bij één baas door te brengen

Het aantal medewerkers dat zijn twaalf-en-een-half of vijfentwintigjarig jubileum viert, zal kleiner worden.

En niet alleen op initiatief van werkgevers.

Ook werknemers zijn - strategisch - over wijzigingen van plaats en tijd gaan denken.

De afgelopen tien jaar ook nog eens geholpen door de ontwikkelingen bij Corus, Ahold, KLM, en Philips Eindhoven.

 

 vlieger.jpg (92863 bytes)

Continuïteit

Wie continuïteit in zijn werkzaam leven wil, doet er goed aan regelmatig van werkkring te wisselen.

En het helpt ook om de contacten met je Kastengenoten goed op peil te houden.

Lid te zijn van een levend professioneel netwerk, buiten je eigen onderneming, is ook uit werkgelegenheidsmotieven zeer zinvol.

 

 

Moslims en Fris afgestudeerden

Twee strategische nevenontwikkelingen in dit verband zijn overigens de houding van Islamitische en fris afgestudeerde medewerkers.

Beide groepen (meestal lid van dezelfde groep) hechten meer aan familie, vrienden en kennissen, (en hun projecten) dan aan de onderneming waar ze voor werken

Externe collega's helpen je met banen, opdrachten en marktinformatie.

Een onderneming die strategisch bij de tijd wil zijn, stimuleert haar mensen daarbij.

En haar klanten.

En voedt bestuurlijke en politieke gremia met zinvolle strategische gedachtewisselingen op dat terrein.

Soms - misplaatst - "lobbyen" genoemd

 

 

Academische ziekenhuizen

Instellingen als het Academisch Ziekenhuis Groningen - bijvoorbeeld - zouden kunnen gaan inzien, dat werven op titel van:

"De grootste werkgever in het Noorden, met de beste arbeidsvoorwaarden"

wel eens zou kunnen leiden tot een verkeerde werknemerspopulatie.

Mensen met een verblijfs- en hangmat-oriëntatie bijvoorbeeld.

 

 

Kastemanagement 2.0

Zoals U inmiddels wel begrepen hebt, heb ik niets tegen Kastes.

Ze hebben grote voordelen op operationeel gebied: het belangrijkste domein in elk bedrijf.

Succesvolle operaties zijn de basis voor iedere onderneming

Maar alléén van operationeel denken kan een organisatie niet leven

En dan is het de kunst om de nadelen van de kastes te kennen,

En effectief te compenseren.

Ik zal er een paar noemen

 

 

Punten van zorg

Zo flitsend en effectief als er binnen kastes gecommuniceerd wordt,

zo lastig loopt de communicatie vaak tússen beroepsgroepen.

U zou dan ook niet toe moeten staan, dat professionals boven de veertig, nog als specialist werken of denken.

Een must voor elke veertig plusser zou moeten zijn, dat hij virtuoos mee kan in het General Managementdenken.

Een eis aan elke vijftig plusser moet zijn dat hij niet meer zelf fraai werk aflevert, maar dat hij er voor zorgt, dat tenminste tien andere -jongere- professionals briljant werk verzetten. Het zogeheten: "Joop van den Ende management", genoemd naar de man, die van Henny Huisman niettemin een Star maakte.

Professionals dienen internationaal aanvankelijk actief, en later leidend te zijn in hun beroepsgroep.

Ze zijn dus toenemend extern georiënteerd.

En vooral gewoon weg.

Op kosten van de zaak.

Wat niet hetzelfde is als: "ten koste" van de zaak.

 

Voor elkaar door elkaar

Professionals leiden professionals van andere gezindten op in hun vakgebied.

Actuarissen vertellen over de details van de winst op sterfte.

HRM'ers over benchmarking.

Plastisch chirurgen over ooglidcorrecties.

Politiemensen over het management van supportersrellen.

En ingenieurs over mattering in micrometers van koudgewalst staal.

 

En juristen dan..?

"En juristen......?" hoor ik sommigen van U denken

Hoe betrekken we die bij strategieontwikkeling?

Dat is een heel lang verhaal.

En ik stel voor, voor na de pauze.

 

 

 

Amsterdam, 3 maart 2006

Paul Valens

Kastemanagement II