PLATO EN SOCRATES

EEN STEL APART

 

 digitaal.GIF (4735 bytes)

 

 Digitale verzamelingen

 

Socrates heeft een grote voorkeur voor óf-óf verzamelingen.

 

Of je hoort bij de goeien, óf bij de slechten

 

Goed én slecht tegelijk, daar houdt hij niet zo van

 

In "De Kleine Hippias" wordt dat al heel snel duidelijk uit zijn manier van bevragen

 

Bij de behandeling van Homerus, Achilles en Odysseus gaat dat alsvolgt.

 

Homerus laat Achilles tegen Odysseus zeggen:

 

"Want fel haat ik die man, ...die in het hart het ene verbergt, en het andere uitspreekt".

 

Socrates concludeert dan dat Achilles goed is, en Odysseus fout

 

En verder dat bij Homerus je niet goed én fout tegelijk kan zijn:

 

"Dan moet Homerus de oprechte blijkbaar hebben beschouwd als één man, en de bedrieglijke als een andere, en niet als één en dezelfde"

 

Waarop Hippias bevestigt: "Hoe zou het ook anders Socrates".

 

En vanaf dat moment heeft Socrates vrij spel, en is zijn gesprekspartner gebonden aan de regel: je kunt niet twee eigenschappen tegelijk hebben.

 

Vandaag de dag wordt daar heel anders over gedacht:

dubbele lidmaatschappen,

paradoxale eigenschappen,

haat-liefdeverhoudingen,

appelvormige peren,

frauderende officieren van justitie,

Franse Europeanen,

menselijke robots:

het is allemaal mogelijk en denkbaar tegenwoordig.

 

En met name voor een strateeg is niets te dol.

Een briljant geleerde kan overwegend dom bezig zijn:

als hij maar af en toe een geniaal moment heeft.

Zelfs Bush blijkt sympathieke trekjes te hebben.

 

Plato en Socrates zijn de kampioenen van het zwart-wit denken:

wie niet voor ons is, is tegen ons.

 

En dit zelfde digitale denken zetten ze in om anderen vast te praten.

 

Geen Socratische gesprekken bij Plato, maar Socratische vallen.

 

Geen uitwisseling van inzichten, maar het ontfutselen van andermans geestelijk verweer.

 

Dom maken en dom houden, in plaats van je tegenstander tot hogere niveaus inspireren.

 

 dom.jpg (4784 bytes)

Hier en daar, dus overal

 

Een tweede techniek die Plato Socrates laat toepassen is de hier-en-daar-dus-overal-techniek.

 

Het sjabloon is alsvolgt:

 

"Een hond heeft poten,

 

Een poes heeft poten,

 

Honden en poezen zijn levende wezens,

 

Dus hebben alle levende wezens poten."

 

In de Hippias gaat dat zo:

 

 

"Maar zeg eens , Hippias, zijt gij niet vertrouwd met het rekenen en de rekenkunde?"

            "Dat is mijn specialiteit"

"Dan zoudt gij dus ook, als ge zoudt willen, vlugger dan iemand anders en precies op de kop het ware antwoord kunnen geven op de vraag hoeveel 3 x 700 is?"

            "Zeker!"

"En ligt dat niet aan het feit dat gij in die gelegenheid het meest bekwaam en geleerd zijt?"

            "Ja"

....."Dan zult ge ook wel het bekwaamst zijn om in die zaken de waarheid te zeggen: ja toch"

            "Dat denk ik"

"Maar....ook om in diezelfde zaken te liegen?.......Zou het niet zo zijn dat een onbenul in het rekenen, ook al wilde hij liegen, meermalen de waarheid zal spreken, onwillekeurig en door louter toeval, juist vanwege zijn onkunde; terwijl gij, de geleerde als ge wilt liegen, ook altijd dezelfde leugen zou kunnen herhalen?"

            "Ja, het is zoals ge zegt"

 

En dan volgt de meetkundige, de sterrenkundige en de geheugenkundige.

 

Daarna de loper, de worstelaar en de zanger.

 

De boog, de lier en de fluit.

 

En steeds is de uitkomst: wie ergens het best in is, kan in die zaken het best bedriegen, en er de beste dingen mee doen.

En dat kan toch niet waar zijn, want je bent óf goed óf  fout

En zelfs de geleerde kan geen antwoord geven

Wat heb je dan aan geleerden?

 

En dan volgt een uniek moment: de domme Watson is het niet met Socrates eens:

"Dat kan ik u niet toegeven, Socrates"

Eindigt de kleine Hippias.

 

holmes.jpg (19227 bytes)

Een tussenbalans

 

De kleine Hippias is geen overtuigend stuk.

Het gaat over niks en het eindigt in het luchtledige.

 

Niettemin laten Socrates en Plato zich al aardig zien.

 

Deskundigen zijn potentiële bedriegers.

 

Een niet-deskundige, kan een deskundige nooit controleren.

 

Als iets op vijf plekken gebeurt, gebeurt het overal.

 

De sfeer in het gesprek is niet gezellig, noch speels.

 

Plato is een zeer partijdig journalist.

 

Eer, roem en glorie voor Socrates is het telkens het hoogste doel.

 

Een paar maal beweert hij alleen maar te willen leren.

 

De indruk overheerst echter dat hij wil be-leren.

 

Geleerden deugen niet.

 

Politici zullen straks blijken ook niet te deugen

 

Het volk is dom

 

Filosofen zijn de enigen die je kunt vertrouwen.

 

En we hebben gezien hoe dat in "De Staat" afloopt.

 

Wie bedriegt hier eigenlijk wie?

 

Prins.jpg (53995 bytes)

 

Amsterdam, 6 september 2005

Paul Valens