En al de aanwezigen in de worstelschool, van
de eerste tot de laatste, die toestromen in een dichte kring rond ons!
En op dat ogenblik, mijn waarde, op dat
ogenblik zie ik wat onder zijn kleed is!
(I caught a sight of the inwards of his garment)
Ik gloei!
(and took the flame)
Ik ben niet langer mezelf meester.
Toen besefte ik wat een grootmeester in de
erotiek Cydias was,
hij die over een mooie knaap sprekend, een
vriend de raad gaf:
"Pas op hertenjong!
Kies toch geen deel van het vlees in het
bijzijn van een leeuw!"
Misleiding
en langs elkaar heen praten
Met deze eigentijdse frisse tekst start de
Socratische monoloog met Charmides, de mooiste jongen van de worstelschool.
Een schijngesprek, dat start onder het
voorwendsel dat Socrates Charmides wel van zijn hoofdpijn kan afhelpen.
Maar - zo glibbert en draait Socrates - het
heeft geen zin om alleen aan je hoofd te werken, als de rest niet goed is.
Dus laten we het eerst over je ziel hebben!
Een organisatieadviseur had het hem niet
verbeterd.
En een zielzorger ook al niet.
(Over het verschijnsel "ziel" bij
Plato, later hopelijk meer.)
"De verzorging van de ziel nu, mijn
beste, bestaat in bepaalde toverformules, en deze toverspreuken zijn: de schone betogen
Uit zulke betogen ontstaat in de ziel de
wijsheid."
En die betogen is Socrates best bereid af te
steken, en als dialoog vermomd aan de mooie Charmides af te staan, om hem van zijn
hoofdpijn te genezen.
Er bestond destijds nog geen Peter R. de
Vries.
Socrates gebruikt daarbij herhaaldelijk
woorden als: "samen onderzoeken" en "samen met u".
Maar vervolgens hij er zelf met de bal van
door en gebruikt hij de inbreng van Charmides uitsluitend om te weerleggen.
Wijsheid
Charmides blijkt een leuke en frisse kijk op
"wijsheid" te hebben.
Achtereenvolgens brengt hij naar voren dat
wijsheid iets met kalmte, bescheidenheid, en zijn eigen ding doen te maken heeft.
Socrates demonteert al die benaderingswijzen,
en Charmides wordt dan door zijn voogd Critias geholpen die stelt dat wijsheid iets met
zelfkennis te maken heeft, met kennis van andere wetenschappen en van zichzelf, en van
goed en kwaad.
Uiteraard in de versie van Plato, die er
alleen op uit schijnt te zijn om Socrates te laten schitteren. Het voetstuk voor Socrates
wordt aan het eind nog een twee maal verhoogd door de uispraak van Socrates zelf, dat hij
blijkbaar te dom is voor dit soort moeilijke vraagstukken (de
Kweetal-denkraam-benadering),
En doordat Critias Charmides beveelt
voortdurend met in de buurt van die oude Socrates te blijven en zich blijvend te laven aan
zijn geweldige inzichten.
Wat Charmides graag belooft!
"The Bold and the
Beautiful" is er realistisch
bij.
Socrates als Hans Kazan
Bij Socrates zijn er voortdurend mensen die
ergens verstand van hebben, en anderen die dat niet hebben.
En beide groepen zijn niet in staat met elkaar
te communiceren.
De dokter weet alles van geneeskunde, de
patiënt niks.
De paardenmenner weet alles van paarden: alle
anderen niets.
Wat de deskundige weet, weet de leek niet.
Patiëntenverenigingen bestonden er toen nog
niet.
Kritische lezers en consumenten evenmin.
Iedereen doet er het best aan, zich over te
geven aan de deskundige op zijn terrein.
En wijze heeft de leiding over deskundigen en
niet-deskundigen, in deze digitale wereld van je bent wijs, of niet, en deskundig, of
niet.
"O ja, als de wijze...wist wat hij weet
en niet weet,
als hij wist dat hij het ene wél, en het
andere niet kent, en als hij in staat was anderen, die in zijn geval verkeren, te
onderzoeken: dan zou het bezit van wijsheid ons grotelijks nuttig zijn.
Dat durf ik zeggen.
Dan zouden we immers gans ons leven vrij
blijven van dwaling.
Wijzelf, die de wijsheid bezitten.
En alle anderen die onder onze leiding zouden
staan."
Hier horen wij Socrates als extremist en
idealist:
"Gans ons leven" en "Vrij van
dwaling".
Nooit een eventjes lekker mis.
Chronisch perfect.
Vreselijk lijkt me.
En dit zullen we nog vaker tegenkomen bij
Plato: Zuivere Waarheden, Echt en zonder Valse Schijn, liever Dood dan Concessies.
Eeuwig.
Elke sjeu is er dan toch wel af.
En de deur voor terrorisme wordt wijd open
gezet.
"Wijzelf immers zouden niet proberen
dingen te doen waar we geen verstand van hebben.
We zouden de deskundigen weten te ontdekken en
hun die dingen toevertrouwen.
En wat de anderen betreft, wier leiding in
onze handen berust:
nooit zouden we hun iets opdragen, tenzij
taken die zij naar behoren zullen uitvoeren.
Dat wil zeggen: taken waar ze verstand van
hebben.
Op die manier zou, onder leiding van de
wijsheid,
elk huis goed worden bestuurd
en elke staat goed geregeerd.
Goed zou het overal zijn, waar de wijsheid de
leiding had"
En die wijsheid blijkt nou net Socrates te
hebben!
Die weet wat hij niet weet.
En dat is nou net: "Wijs"!
"Wordt eenmaal de dwaling weggenomen,
Gaat eenmaal de juistheid voor,
dan moeten de mensen in zo'n toestand
onvermijdelijk,
bij alles wat ze doen,
schoon en goed handelen.
En als hun handelingen gelukken,
zijn zij zelf gelukkig."
Een denklijn die we later in "La
Republique" in de Pol Pot passage ook weer tegen komen.