valens.nl |
||||
valens.nl
|
SCHWANENBERG
Schwanenberg ligt net iets links van Mönchengladbach. Omstreeks 1850 trokken van daar Nathan, Abraham en Arnold van Schwanenberg naar Heesch. Tussen Oss en Uden. De familie was joods, en voelde zich in Brabant prettiger dan toen (ook al) in Duitsland. (Overigens was Oss ook niet echt tolerant voor minderheden (ook toen al). Dit was de reden dat in 1891 Sam van den Bergh zijn margarinefabriek van Oss naar Rotterdam verplaatste, en al zijn joodse werknemers meenam. Het begin van een wereldzaak die later Unilever zou heten) De broers begonnen achter café van Boxtel en vervolgens in de tuin van Driekske Bogaards. In 1887 trokken ze naar Oss, omdat daar de spoorlijn naar Rotterdam liep. En Heesch alleen per van Gend en Loos bereikbaar was. Handel in levende varkens op Engeland was toen hun hoofdactiviteit. Later kwam er een slachterij en een baconhandel bij. En kwamen er ook kalveren. De broers hadden niet alleen oog voor het vlees, maar zagen ook grote mogelijkheden in slachtafval. Gedroogd bloed en gezouten darmen voor de kunstmest- en veevoederindustrie. Gesmolten vet werd reuzel en zeep. Lang varkenshaar voor kwasten borstels. Huiden naar leerlooierijen. En uitgekookte beenderen naar lijm en gelatinefabrieken. Van verspilling en verkwisting hielden de Van Zwanenberg's niet. In 1910 breide de firma haar export uit naar Duitsland, Frankrijk, Italië, Zwitserland en Oostenrijk. Daarvoor kwam er ook een ijsfabriek voor transportkoeling. IJs dat ook rechtstreeks werd verkocht aan ziekenhuizen en brouwerijen. En de eerste acquisities kwamen er in Winterswijk, Boxtel, Engeland en Denemarken. En in de eerste wereldoorlog begonnen ze met margarine en zeep. In 1921 kreeg Salomon (Saal) van Zwanenberg de leiding van het concern. Bijgestaan door zijn broers Ies en Mau en neef Arthur.
In 1922 maakt Saal kennis met de Duitse, in Amsterdam hoogleraar Ernst Laqueur. Op 9 juli 1923 richtten zij samen de firma Organon op. Waarbij Laqeur bleef werken vanuit zijn universitair laboratorium in Amsterdam. Laqeur bedong dat jaarlijks 10% van de winst aan R&D (Amsterdam) zou worden besteed. Het eerste product waarde nieuwe firma mee startte, was insuline uit de alvleesklier van varkens. Dat liep zo goed, dat er een tekort bleek aan slachtafval. Daarop werden bevroren runderklieren uit Argentinie en Australië gehaald. Aanvankelijk wilde Saal Bayer inschakelen voor de verkoop van insuline. Maar toen dat niet lukte startte hij in Duitsland een eigen Deutsche Geselschaft fur Wissenschaftliche Organpreparaten: Degewop. In 1929 bestond al veertig procent van de Degewop omzet uit dragees van gedroogde ovaria voor een soepeler menstruatie.Frauenschönheit in Galopp, Kehrt zurück mit Ovowop! Laqueur kocht patenten in Amerika en Duitsland, en werkte met placentas en urine van zwangere vrouwen en drachtige paarden. Paardenhouder konden zich melden op zitdagen om onder notarieel toezicht urine a zes cent per liter af te staan (even veel als de prijs van een liter melk in die dagen). In de jaren dertig nam Saal Joodse ballingen uit Duitsland in dienst. Waaronder Arnold Salomon. De uitvinder van sulfanilamide. Het belangrijkste anti-infectiemiddel voor de ontdekking van antibiotica. Toen ook werd de chemische productie van geneesmiddelen gestart. In een aparte BV Orgachemica. In 1934 werd het Organon niet langer mogelijk om in Duitsland zaken te doen en werd Degewop verkocht aan Schering Berlijn (Nu onderdeel van Bayer; niet te verwarren met het Amerikaans Schering Plough) In Zwitserland en Amerika werkte Organon samen met Hoffmann-Laroche. In Frankrijk met Guillaume Testu Compte de Balincourt. Saal wilde intussen graag van zijn Vleestak af. In 1926 brak er varkenspest uit. Concurrent Hartog had zijn bedrijf al voor 8 miljoen aan de Margarine Unie van Jurgens en van den Bergh verkocht. Die in dat jaar zelf doorfuseerde met Lever Brothers. In 1940 verplaatste Saal het hoofdkantoor van Organon naar Willemstad op curaçao. En werd het bedrijf vanuit Londen geleid. De aandelen van Organon werden door de Duitsers ondergebracht bij Schering AG. In 1963 wordt Van Zwanenberg opgevolgd door Kraijenhoff, de schepper van AKZO. In plaats van de vleesgroep af te splitsen en verder versneld door te gaan in de farmacie, (de Laqueurformule) spreidt hij de belangen door met Koninklijke Zout, AKU en Sikkens te fuseren. Een beleggerstrategie. Destijds erg in de mode. Inmiddels succesvol gecorrigeerd. Uit: Wim Wennekes, De Aartsvaders, Grondleggers van het Nederlandse bedrijfsleven
Die op zijn beurt weer put uit: Marius Tausk, Organon. De geschiedenis van een bijzondere Nederlandse onderneming
|
|
||