HOE HET MISSCHIEN ZO GEKOMEN IS

 

 

                                                                     kapteynlaan.jpg (58895 bytes)

 

Negen maanden na de bevrijding van Groningen ben ik daar in de Prof. Dr. J.C. Kapteijnlaan geboren. Wat straatnamen betreft groeide ik op in een internationaal academisch milieu. We speelden op het Bernouilliplein, hadden vriendjes in de Oppenheimstraat en de Heijmanslaan. Temidden van dit geweld bleek Kapteijn later maar een heel gewone jongen.

In de straat waren twee lagere en -kleuterscholen, maar wij moesten vijf kilometer verderop naar de Ludgerusschool die bij onze H.Hartparochie hoorde. Een kilometer van ons huis was ook een katholieke school, maar die was van de Franciscusparochie.

Op de kleuterschool leerde ik vooral stilzitten.

Op weg er naar toe en terug leerde ik het straatleven. Bladeren, beukennootjes, eendjes, suikerbietentransporten en schaatsen in het plantsoen. De hoefsmid, het politiebureau en J.B. Wolters Groningen/Jakarta uitgeverijen ‘op’ de Korreweg en ‘in’ de Moesstraat.

De lagere school schonk mij ‘Meester’ Niezen die met krijt Fresco’s kon maken die ik nooit meer zo mooi heb terug gezien. Daarnaast werd mij een zielbeschadigende leerervaring geschonken door ‘Juffrouw’ Remkes die de tweede ‘o’ in ‘Saloon’ wegstreepte uit mijn cowboytekening, omdat het natuurlijk ‘Salon’ moest zijn.

 

                                                                                        1956.jpg (48693 bytes)

Enige tijd maakt ik deel uit van een jeugdbende rond een van huis weggelopen mooie Indonesische jongen Theo Kras. Ik overweeg om mij alsnog hiervoor aan te geven, mede gelet op de actuele integratieproblemen.

Frits Spinder en Jacques Jansen waren in de laatste klas veruit de beste leerlingen. Zij konden helaas niet verder door naar een middelbare school omdat ze thuis mee moesten helpen de armoede te dragelijk te houden. Met mijn middelmaat en al, en via een lichte bouwfraude door mijn moeder, kwam ik wel bij de Jezuïeten in Helpman/Haren ten zuiden van Groningen terecht.

De paters Albert Gerver, Felix van Voorst tot Voorst en Huub Oosterhuis openden ongekende mogelijkheden voor mij. Hoewel in die tijd nog verre van gebruikelijk, vroegen ze nooit: "Wat wil je worden?", maar: "Wat ga je studeren?" ! En dat was ook de strategie van de Jezuïeten: het opkweken van een katholieke intelligentsia in het Noorden.

Toneel, muziek, hockey en elke dag twee of vier keer zes kilometer fietsen brachten mij echter al snel in contact met andersdenkenden. Hielke Pieksma van het Praediniusgymnasium, waar strijkkwartet gespeeld werd op verjaardagen. Bij Juul Roscam Abbing thuis waar vader dominee was en broer Ernst niet in God hoefde te geloven. Bij Annet Boerma thuis, waar jongens kwamen die paarden hadden, en waar mijn moeder dan van zei dat het koude kak was. En dan weer terug naar de Kapteijnlaan: vlak bij het Oosterpark waar op oudjaar stoeptegels door de ruiten worden gegooid.

Intussen had mijn vader een winkel gekocht in de binnenstad. ‘T.G. Jansen Comestibles en Delicatessen, bh Koude Gat’ stond er op de vleeswarenzakjes. Mijn vader en moeder kwamen beide uit Eindhoven, waar ze in 1938 allebei bij Philips ontslagen waren. Tijdens ook zo’n recessie. Via via is mijn vader toen aan een baan als boekhouder/directiesecretaris/adjunct-directeur geholpen bij Kraft’s vleeswarenfabriek. Mijnheer Kraft overleed, de zaak werd verkocht en mijn vader stond met 11 kinderen op straat. Weer via via het katholieke netwerk in Groningen kon mijn vader toen een winkel kopen. Van een weduwe die dat - tegen de wil van haar kinderen - voor een te lage prijs deed. Om dit ‘goed katholieke gezin’ te helpen.

 

                                                                       kaptuintje.jpg (62244 bytes)

Mijn vader was anders commercieel dan wat gewoonlijk daaronder verstaan wordt. Mede daardoor nam mijn moeder langzaam maar zeker de zaak over. Mijn vader – die zeven jaar ouder was dan mijn moeder – heeft zich op enig moment eervol gepensioneerd. En zo hadden wij jarenlang een winkel waar alle 11 kinderen in mochten werken en van konden leven en studeren.

Helaas had dat voordeel ook een nadeel. Onze winkel was namelijk een vrij typische winkel waar o.a. veel klanten kwamen om aan hun positie in de lokale pikorde te werken. Wij waren de enige zaak in Stad en Ommeland waar je toen (nog) fois gras truffel en oesters kon krijgen. En daar gezien worden en door ons erkend te worden als vaste klant, dat leek een aantal mensen wel wat. (Het lijkt wel een beetje op die certificerings- en MBA-hype van nu, maar dan anders). Het nadeel voor mij persoonlijk is nu, dat ik daardoor misschien te veel een toeschouwer geworden ben. Het was ook zo mooi om te zien en om naar te luisteren! Heerlijk. Jammer eigenlijk.

Wat ik wilde studeren wist ik niet goed. ‘Bankdirecteur’ had iemand eens tegen mij gezegd. ‘Burgemeester’ zei van Voorst eens. Ikzelf dacht meer aan acteur of pianist of huisarts. Huisarts viel af omdat de vader van Jacques Drewes (onze) huisarts was geweest en aan te hard werken was overleden. Acteur en pianist leek me zakelijk onzeker, en daarom ben ik maar economie gaan doen. Eerst zien dat je werk hebt had ik thuis wel geleerd. Een fatale keuze die uiteindelijk goed uit dreigt te pakken. Ik ging - uit angst - iets doen wat me totaal niet interesseerde. En wat me in sterk contactgestoorde milieus bracht. Gelukkig zakte ik meteen voor mijn propedeuse en moest ik in dienst.

De dienstkeuring confronteerde mij keihard met de gemiddelde Nederlander. Die bleek er in de wachtruimte heel anders uit te zien dan ik inmiddels dacht. En die sprak (of zweeg) ook heel anders. Van Auke Hijlkema had ik gehoord dat je in dienst mee kon vliegen in helikopters en dat dat ‘Legerluchtwaarnemer’ heette. Desgevraagd meldde ik dus mijn voorkeur voor die functie, waar ze op het keuringsbureau nog nooit van gehoord hadden. In de basisopleiding bleef ik dat herhalen en kreeg ik er zelfs een zekere bekendheid door: ‘die jongen die Legerluchtwaarnemer wil worden’. Toen een maand later onverwacht een plaats hiervoor vrij kwam, stuurden ze mij er direct heen.

(wordt vervolgd, gewijzigd en uitgebreid)

                                                                 worden.JPG (8200 bytes)

Amsterdam, 2003 / 2007

Paul Valens